In de serie: Ingezonden Brieven
In de Groene Amsterdammer van 18-2 jl. stond de volgende ingezonden brief:
In De Groene Amsterdammer van 4 februari neemt een lezer uit Nijmegen het op voor Opheffer die weer door een andere lezer beschuldigd was van het bezigen van «fascistentaal». Dat is natuurlijk een stevige beschuldiging, maar laten we die eens op zijn merites beoordelen. Opheffer stelt in zijn column in datzelfde nummer dat intellectuelen geen goede politici zouden kunnen zijn. Dat burgemeester Cohen te veel een intellectueel zou zijn, en daarom maar slap gereageerd zou hebben op De Gebeurtenis, de Moord op Theo, die Het Nieuwe Tijdperk heeft ingeluid. Cohen zou eerst willen nadenken voordat hij handelt. Kennelijk wenst Opheffer politici die handelen voor zij denken: krachtdadigheid gaat voor de rede. Sorry, ik bedoel natuurlijk: Krachtdadigheid Gaat Vóór De Rede!!
Meer aanwijzingen van fascistentaal heb ik persoonlijk niet nodig. Helaas levert Opheffer ze wel: «En gelijkheid is nog mooi, maar gelijk aan wie en wat moet men eigenlijk zijn - en wat doe je als anderen niet meer aan ons gelijk willen zijn en ons zelfs willen bestrijden?» De vraag stellen is hem beantwoorden, en wel met: sommigen zijn nu eenmaal minder gelijk dan anderen. Wie «ons»zijn, of «anderen» hoeven wij niet te vragen natuurlijk.
Ik ben nooit een fan van uw columnist geweest, die zichzelf wel fatsoenlijk schijnt te vinden, maar die sinds Het Nieuwe Tijdperk is begonnen wel erg ostentatief de weg kwijt is. Zoals de Arnerikanen zeggen: When the going gets tough, the tough get going. En Opheffer is duidelijk niet tough, sterker nog: Theodor,je blijkt in de Beschränkung maar een heel klein mannetje. En daar zullen die glimmende zwarte laarzen ook niets aan afdoen.
HERRMANN MORGENSTERN, Groningen

0 Comments:
Een reactie posten
<< Home