dinsdag, maart 08, 2005

In de serie: Ingezonden Brieven

In de Groene Amsterdammer van 18-2 jl. stond de volgende ingezonden brief:

Opheffer?

In De Groene Amsterdammer van 4 februari neemt een lezer uit Nij­megen het op voor Opheffer die weer door een andere lezer beschuldigd was van het bezigen van «fascistentaal». Dat is natuur­lijk een stevige beschuldiging, maar laten we die eens op zijn merites beoordelen. Opheffer stelt in zijn column in datzelfde nummer dat intellectuelen geen goede politici zouden kunnen zijn. Dat burgemeester Cohen te veel een intellectueel zou zijn, en daarom maar slap gereageerd zou hebben op De Gebeurtenis, de Moord op Theo, die Het Nieuwe Tijdperk heeft ingeluid. Cohen zou eerst willen nadenken voor­dat hij handelt. Kennelijk wenst Opheffer politici die handelen voor zij denken: krachtdadigheid gaat voor de rede. Sorry, ik bedoel natuurlijk: Krachtdadigheid Gaat Vóór De Rede!!

Meer aanwijzingen van fas­cistentaal heb ik persoonlijk niet nodig. Helaas levert Opheffer ze wel: «En gelijkheid is nog mooi, maar gelijk aan wie en wat moet men eigenlijk zijn - en wat doe je als anderen niet meer aan ons gelijk willen zijn en ons zelfs wil­len bestrijden?» De vraag stellen is hem beantwoorden, en wel met: sommigen zijn nu eenmaal min­der gelijk dan anderen. Wie «ons»zijn, of «anderen» hoeven wij niet te vragen natuurlijk.

Ik ben nooit een fan van uw columnist geweest, die zichzelf wel fatsoenlijk schijnt te vinden, maar die sinds Het Nieuwe Tijd­perk is begonnen wel erg ostenta­tief de weg kwijt is. Zoals de Arne­rikanen zeggen: When the going gets tough, the tough get going. En Opheffer is duidelijk niet tough, sterker nog: Theodor,je blijkt in de Beschränkung maar een heel klein mannetje. En daar zullen die glimmende zwarte laarzen ook niets aan afdoen.

HERRMANN MORGENSTERN, Groningen