dinsdag, maart 22, 2005

De mechanismen van in- en uitsluiting

In de afgelopen jaren heeft het begrip ‘integratie’ een welhaast magische lading gekregen. De betekenis ervan kan veranderen aan de hand van wie dat begrip gebruikt, wanneer het gebruikt wordt, de reden waarom het gebruikt wordt en nog een hele rits redenen meer. Zo kan ‘integratie’ in feite ‘assimilatie’ betekenen, wanneer uitgesproken door tegenstanders van het multiculturalisme, of een lading van ‘behoud van eigen cultuur’ meekrijgen wanneer gebruikt door voorstanders van dat multiculturalisme.

Integratie betekent eigenlijk volgens Van Dale ‘het maken tot een harmonisch geheel of opnemen in een geheel’. Wat opvalt is dat de populaire frases over het niet ‘goed integreren’ van bepaalde etnische groepen niet stroken met het passivum in de definitie voor die groepen. Kort gezegd: je integreert niet, je wórdt geïntegreerd. Je kunt jezelf niet opnemen, je moet opgenomen wórden. Het lid van de etnische minderheid kan die integratie slechts faciliteren: door zich de taal van het nieuwe land eigen te maken, door kennis te nemen van normen en zeden, door zich op te leiden, en ook door zijn opname in het grote geheel niet tegen te werken. Hier tegenover moet dan staan dat men wordt opgenomen in het geheel.

Na de moord op Theo van Gogh was voor velen al snel duidelijk dat deze daad in zijn geheel verklaard kon worden door de extreem-religieuze identiteit van de dader. Zo’n verklaring is weliswaar veel te kort door de bocht, maar kan verder uitgediept worden als we ons afvragen waaróm deze dader een dergelijke identiteit heeft aangenomen. Dit naast de voorlopig onbekende, individuele factoren die hem tot zo’n daad hebben kunnen bewegen en die vermoedelijk zwaarwegender zullen zijn. De geruchten dat deze man vaker betrokken zou zijn geweest bij geweldsdelicten wijzen niet bepaald op een sociale aangepastheid of op een goede psychische gezondheid. Maar: wat drijft een in Nederland geboren en getogen individu ertoe zijn nieuwe vaderland te haten?

Zulke vragen dienen niet om een wandaad als moord te rechtvaardigen of zelfs te relativeren, maar om verklaringen te vinden. De Nederlandse samenleving heeft zich in de afgelopen jaren er erg gemakkelijk vanaf gemaakt door te wijzen naar ‘de allochtonen’ die niet zouden willen integreren. Er zijn teveel opportunisten in het gat gesprongen dat Fortuyn achterliet, te velen die destructief te werk zijn gegaan voor eigen doeleinden. Er zijn teveel allochtonen, jonge, vaak ook hoog opgeleide, vervreemd van de Nederlandse samenleving door figuren die uit (electoraal) opportunisme met hagel hebben geschoten. Dat zijn niet degenen die mensen vermoorden, maar wel degenen die er enig begrip voor kunnen opbrengen.

In de afgelopen dagen hebben de vrienden van Theo van Gogh benadrukt dat hij niets tegen islamieten had maar tegen de extremistische Islam. Dat was echter niet de boodschap die uit zijn columns sprak. In vaak zeer groffe bewoordingen benoemde Van Gogh alle moslims in Nederland en in de wereld als minderwaardige wezens, en vooral als een bedreiging. Ook Wilders zoekt naar defecten in ‘het wezen van de Islam’, in een opzichtige poging de inmiddels bijna begrijpelijke islamofobie voor zijn karretje te spannen, en in een poging zijn categorische uitspraken te rechtvaardigen.

Men heeft ofwel geen kennis genomen van, ofwel men negeert het feit dat de islam een breed geschakeerd geloof is. Als voorbeeld kan de grootse minderheidsgroep dienen, de Nederlandse Turken. Van alle Turken zou volgens het CBS zo’n 95 procent moslim zijn. Dit cijfer geeft een overschatting weer, omdat de term moslim niet alleen een religieuze, maar ook een sociale lading heeft, zoals beschreven door bijvoorbeeld Sunier of Shadid en Van Koningsberg. Van die Turkse moslims is bovendien naar schatting een derde Alevitisch. Het Alevitisme is een zeer progressieve stroming binnen de Islam, waarin bijvoorbeeld de gelijkwaardigheid van de vrouw al sinds de twaalfde eeuw (!) wordt gepredikt en beleden. Het Alevitische wereldbeeld sluit als vanzelf aan op de Verlichtingsideologie, en volgens sommige historici zou voorman Haci Bektash zelfs één van de inspiratoren van die Verlichtingsfilosofen zijn geweest. Daardoor kunnen argumenten daaromtrent onmogelijk als waterscheiding worden gebruikt. Vooral niet als we in ogenschouw nemen dat degenen die argumentatie over het al dan niet geïnternaliseerd hebben van de Verlichtingsidealen door de moslimminderheden vaak zelf een bepaald hypocriete houding ten aanzien van die idealen hanteren. Een voorbeeld: Geert Wilders gebruikt graag het argument dat conservatieve moslims de homo-emancipatie niet zouden hebben geaccepteerd als kennelijk blijk van het niet geïntegreerd zijn, maar steekt tegelijkertijd zijn bewondering voor George W. Bush, die op dat punt een zeer gelijkende opinie uitdraagt, niet onder stoelen of banken. Het heeft er alle schijn van dat Wilders’ argumenten berusten op opportunisme en hypocrisie, dat niet zozeer de homo-emancipatie hem veel kan schelen als wel dat hij elke stok aanpakt die het hem mogelijk maakt de hond te slaan.

Van de Turks-soennitische moslims heeft ook het overgrote gedeelte niets van doen met extremisme, geweld of een wens tot segregatie. De invoering van het secularisme in de Turkse republiek is door een grote meerderheid van alle Turken geïnternaliseerd, dat wil zeggen als een persoonlijke norm gewaardeerd. Zowel de alevieten als de moderne soennieten voldoen zo in grote meerderheid aan de boven beschreven voorwaarden voor integratie. Maar de tegenprestatie is achterwege gebleven.

Ter illustratie: onder hoog opgeleide allochtonen van Turkse of Marokkaanse afkomst is de werkeloosheid meer dan driemaal zo hoog als onder autochtonen van hetzelfde opleidingsniveau. Onder alle Turken en Marokkanen is de werkeloosheid driemaal hoger dan verklaard kan worden aan de hand van taalbeheersing en opleidingsgraad. Het SCP zegt dat bij het verklaren van deze cijfers men wellicht ook moet denken aan wat men discriminatie op de arbeidsmarkt kan noemen.

Bij het bestrijden van de crisis waarin wij nu terecht zijn gekomen dienen we ons bewust te zijn van de korte termijn en de lange termijn. Er is een probleem met geradicaliseerde moslims. Toen hiervoor gewaarschuwd werd door progressieve Marokkanen en Turken in de afgelopen decennia, werd hen verweten dat ze intolerant waren en de strijd uit het thuisland zouden importeren. We weten nu inmiddels beter. De ontstane situatie kan op de korte termijn alleen door middel van gerichte repressie verholpen worden. Wanneer die repressie niet gericht zal zijn, maar juist diffuus, dan zal het probleem van radicalisering alleen groeien. Voor de lange termijn dient ervoor gezorgd te worden dat het perspectief van insluiting wacht op degenen die voldoen aan de voorwaarden van de maatschappij. Er dient gedifferentiëerd te worden, allochtonen dienen als individuën behandeld te worden, zelfs door liberalen. Wanneer dit gebeurt, zal Nederland sneller dan menig pessimist ons nu voorspiegelt uit het moeras kunnen komen. In dit land zijn vele van de valkuilen uit de herkomstlanden namelijk niet aanwezig: armoede en lage opleidingsgraad zijn minder grote problemen dan in andere landen, en zijn snel te verhelpen. Wanneer echter zoals door menig opportunist weer geopperd is dezer dagen een politiek van uitsluiting wordt nagevolgd, dan krijgt misschien zelfs wijlen Van Gogh gelijk.

Door Aslan Aslanoglu.