Koortsdroom-3
Hoofdstuk Eén
Zo, nu ken je Aslan Aslanoğlu, de Turk. En misschien vind je dat ik overdrijf, dat ik een beetje chargeer. Zoals Aslan zelf een paar jaar geleden nog gedacht zou hebben dat ik overdrijf, dat het allemaal wel wat genuanceerder is dan dat. Wir wurden eines Besseren belehrt, nietwaar?
‘Okee, tijd voor een benchmark: grootste verspilling?’, vroeg Z.
‘De Bond tegen Vloeken,’ wist Aslan stellig te melden, ‘Zonder twijfel. Ik bedoel maar: waarom zou je goed geld verspillen ter bestrijding van wat jij grof taalgebruik van anderen vindt? Als er een straf zou bestaan voor het bezoedelen van de naam van een god o.i.d., ik noem maar wat, de hel ofzo, dan treft die straf toch alleen degenen die werkelijk geloven in die fukking god, niet dan?’
‘Nee, het niet geloven in die “god o.i.d.”, zoals jij dat noemt, is geen vrijbrief om het geloof van anderen te disrespecteren, toch?’, speelde Z. de advocaat van de duivel.
‘Bullscheisse, amice. Als er een god o.i.d. bestaat, en hij/zij/het is de belichaming van het Goede oid, dan zal hij/zij/het het idioot vinden dat je je fukking geld verspilt aan het taalgebruik van anderen, in plaats van bijvoorbeeld de bestrijding van honger ofzo etcetera. In ieder geval zijn er Kwadere dingen dan het roepen van godslasterijke frasen, zou ik zeggen. Godverdomme!’ Aslan raakte op dreef. ‘Bovendien is er de mogelijkheid van een gevaarlijk precedent, dude. Stel ik zou mijn taalgebruik moeten aanpassen om het geloof of de ideologie o.i.d. van een ander, omdat ik anders de belijders van die units tegen het hoofd zou stoten, wat zou dan de volgende stap kunnen zijn? Mag ik dan ook niet meer zeggen dat hun god helemaal niet bestaat of dat hun ideologie poep is? En wat als ze vinden dat ik hun beledig door te ademen, wat dan, vriend?’
‘Als overdrijven een kunst is, schat, dan ben jij een groot kunstenaar,’ trachtte Z. om Aslan wat meer in evenwicht te brengen. Maar evenwicht was niet wat Aslan zocht. Hij zocht de ware betekenis van het woord ‘consequentie’.
‘Ik bezig de hyperbool gaarne, dat zie je goed. Maar niet bij wijze van kunstuiting, maar om de dingen wat duidelijker te maken. Twee lijnen die vrijwel parallel lopen, snijden elkaar toch als je ze maar ver genoeg doortrekt. Zoals Goethe al had kunnen zeggen: “In der Übertreibung zeigt sich der Meister”.’ Gelukkig vond hij het zelf wèl grappig.
Z. kende Aslan’s stokpaardjes wel. Hij wilde iets nieuws horen:
‘Leg eens uit hoe jij kan vliegen.’ En Aslan vroeg zichzelf: Kan ik vliegen?

0 Comments:
Een reactie posten
<< Home