Koortsdroom-4
Hoofdstuk 2
Ken je de film Pi: Faith in Chaos? Het was één van Aslan’s favorieten. Hij herkende wel wat van zichzelf terug in het hoofdkarakter Max Cohen, en houden we niet allemaal het meest van onszelf? Cohen was een excentrieke wiskundige die obsessief probeerde uit te zoeken wat de structuur is achter de chaos om ons heen. Tussen de migraineaanvallen door werkt hij aan een formule om te voorspellen hoe de beurskoersen op Wallstreet zullen bewegen, niet uit geldbelustheid, maar omdat de beurs het schoolvoorbeeld van irrationaliteit is. Een Turks spreekwoord luidt vrij vertaald: wie zoekt vindt zowel zijn heil als zijn onheil. Zo ook Max Cohen. Kijk zelf maar.
Aslan zocht ook naar structuur, naar verklaringen. Bij elke stap die hij zette probeerde hij te begrijpen. Hij probeerde elke stap die hij zette te begrijpen, maar vooral probeerde hij elke stap die anderen zetten ook te begrijpen. Hij gunde zichzelf geen enkel moment van verslapping, geen heuristieken, geen contradicties. Elk moment, elke stap diende consequent, consistent en overdacht te zijn. Dat legde Aslan Aslanoğlu zichzelf op, wist hij. Maar wie was dan degene die hem vroeg of hij kon vliegen?
‘Benchmark: grootste hypocriet?’
‘Veel te grote vraag. Ik kan er ex aequo zo enkele honderden noemen. Je moet de vraag specificeren.’ Aslan sprak de waarheid, hij zou er zo honderden kunnen noemen.
‘Okee,’ gaf Z. toe, ‘grootste paternalist dan?’
‘Makkelijk: Ciska Dresselhuys, en niet alleen omdat het grappig is een feministe paternalist te noemen. Mevrouw weet meestal wel beter wat goed voor anderen is, vooral voor vrouwen.’ Hij trok een vies gezicht.
‘Argumenten graag.’
‘Ciska is een onfeilbaar baken van morele superioriteit en iedereen die het niet met haar eens is, is fout,’ bleef Aslan op de oppervlakte.
‘Klinkt als Aslan, vind je niet?’ Z. porde hem graag tussen de ribben.
‘Alleen als je oppervlakkig kijkt, mijn waarde, want Aslan vindt overal en altijd hetzelfde, en alles wat Aslan vindt strookt met al het andere wat hij vindt, en alles wat Aslan vindt wordt ondersteund door eerlijke arbeid, en vooral vindt Aslan dingen voor zichzelf en niet voor anderen. Dit in tegenstelling tot mevrouw Dresselhuys, die het geen probleem vindt om een moreel oordeel uit te spreken over dingen waar ze geen weet van heeft, net zoals ze het geen probleem vindt om voor anderen te bepalen wat zij zouden moeten vinden, net zoals ze het geen probleem vindt om te doen wat ze in andere situaties en van anderen veroordeelt.’
Niet alleen Aslan hapte naar lucht na zijn idiote volzinnen. Z. werd soms, of laten we nog wat eerlijker wezen, bijna altijd erg moe van Aslan’s voorliefde voor de enumeratio en zijn afkeer van leestekens. Aslan’s taalgebruik was als een copieus maal van smaken to be acquired. Niets leek ooit makkelijk te mogen, nergens leek ooit een short cut geoorloofd.
‘Ik weet niet of het met je eens ben dat jij niets voor anderen zou vinden, maar daar hebben we het nu maar even niet over. Ik wil wel even wat voorbeelden horen voordat ik deze nominatie onderschrijf.’
‘Sowieso is een emancipatie-ideologie die de omkering van de ondergane achterstelling inhoudt weinig principieel, wat mij betreft. Verder: mevrouw tolereert geen vrouwen met hoofddoek op haar redactie. Kennelijk doet wat zo’n mevrouw schrijft er niet toe. Meer voorbeelden van oogkleppen heb ik niet nodig,’ beet Aslan giftig.
‘Dat jou zelf het dragen van een hoofddoek als symbool van geloof tegenstaat, doet bij dit oordeel kennelijk weer niet terzake.’
‘Consistentie en principialiteit, Z.’je van me. Dat ikzelf geen spruitjes lust, betekent niet dat ik basis daarvan anderen het nuttigen van deze stinkende minikolen kan verbieden, noch een voorkeur ervoor als indicator voor foutheid op andere vlakken mag beschouwen. Bij deze stelling is van belang dat die andere vlakken niet relevant zijn voor die indicatie.’
‘En het feit dat iemand kennelijk een conservatief-religieuze levensbeschouwing heeft is niet relevant voor het functioneren op een redactie van een feministisch blad?’, wierp Z. oprecht tegen.
‘Als het dragen van een hoofddoek inherent zou samengaan met een conservatief-religieuze levensbeschouwing zou ik jou gelijk geven, jou niet Ciska. Maar of ik het symbool van die fukking hoofddoek nou afkeur of niet, er zijn toch echt voorbeelden van vrouwen die hem combineren met een behoorlijk feministische overtuiging. Dat laatste zou dus als maatstaf moeten gelden.’ Minder stellig dan dit kon hij niet worden, meer twijfel mocht je niet verwachten. Zijn wrevel tegen religieuze fanatici en die tegen rechts-reactionairen hielden elkaar in perfect evenwicht.
Z. maakte van het moment gebruik.
‘En heb je vannacht nog gevlogen en voor God gespeeld?’
Aslan grijnsde bij wijze van antwoord.

0 Comments:
Een reactie posten
<< Home