Koortsdroom -5
Hoofdstuk 3
“Hij (ik?) stond op een soort platform, een houten ding, zeker vijftig meter boven de grond. Beneden was het onveilig. Aan de randen van het platform staken de toppen van de bomen uit waarop het gebouwd was. Als ik erover nadenk was het onduidelijk hoe het hele zootje in evenwicht bleef. Hij stond bij een een touwladder dat hem naar beneden zou leiden, verderop stond een vrouw. Een mooie, grote vrouw met kort blond haar. Zij was niet wie zij leek te zijn. Of zoiets. Er was nog iemand. Soms leek het alsof ik die derde persoon was, soms was ik de hoofdrolspeler. De hoofdrolspeler, die vent op het platform, was gekleed in een soort Hollywood-lappentuniek, net als de mooie vrouw. De derde persoon was onzichtbaar. Of zoiets. Ik, de man in de tuniek, had een baard. Een weinig stoere Griekse heldenbaard. Ik klom naar beneden. Ik, de onzichtbare, zag hem het bos inlopen. Hij moest iets belangrijks, gevaarlijks doen. Ik kan me niet meer herinneren wat het was. De vrouw klom ook naar beneden, ongezien, behalve door mij. Maar zij was veel sneller. Dat maakte duidelijk dat zij bezeten was of geen mens of zoiets. Zoiets. Ze volgde hem, de held, het bos in. Het was allemaal erg spannend.
Ik werd wakker, en realiseerde me dat ik gedroomd had en dat ik me die droom herinnerde. Ik wilde verder slapen, ik wilde weten hoe het verder ging, maar ik moest pissen. Daarna heb ik wel weer gedroomd, maar die droom herinner ik me niet meer.”
Dit schreef Aslan Aslanoğlu in zijn droomdagboek. Hij moest zich zijn dromen herinneren. Het zou hem helpen.

0 Comments:
Een reactie posten
<< Home