donderdag, juni 23, 2005

Koortsdroom - 8

Een Turks spreekwoord luidt: ‘Gelukkig heeft God de kameel geen vleugels gegeven.’ Kamelen zijn erg onhandige beesten, schijnt het. Ze lopen alles overhoop, breken elke pot, elke poot die ze op hun weg vinden. Als ze nou ook nog eens vleugels zouden hebben, zouden ze ook nog schade op de daken kunnen aanbrengen, dat is zo’n beetje het idee achter het gezegde. In Turkije hadden huizen vaak platte daken waarop men van alles te drogen legde. Abrikozen, tomaten, aubergines, je weet wel, van alles. Dit is nog eens een lange uitleg van een spreekwoord. En we zijn nog niet eens klaar. De Turken zeggen het als iemand gelukkig de macht, kracht, intelligentie of wat dan ook ontbeert om nog meer schade aan te richten dan hij nu al doet, as it is, zeg maar. Nou, God had bij Aslan een foutje gemaakt.

Aslan Aslanoğlu woog 95 kilogram schoon aan de haak, zoals dat schijnt te heten. En er zat nog geen kilogram vet aan. Het eerste wat hij deed als hij wakker werd, wanneer hij dan ook maar wakker werd, was een sigaret roken, en het tweede was een duurloop van minimaal tien kilometer. Elke dag werden nodeloos gewichten opgetild en weer neergelegd, honderden kilo’s, honderden malen. En zeg nou zelf, een man met een lontje zo kort als, tja, laten we maar zeggen bijna zonder lontje, zo’n man een lichaam van staal geven is toch als het geven van vleugels aan een kameel. Absentee landlord? Een andere metafoor dringt zich op.