woensdag, januari 24, 2007

Respect


Op 19 januari 2007 werd de Armeens-Turkse journalist Hrant Dink vermoord. De moordenaar was een door extreem-rechtse types opgenaaide en feitelijk erop uitgestuurde jongen van 17 jaar oud. Een Turks spreekwoord luidt: 'Je hebt maar één gek nodig om een steen in een bron te gooien, maar je hebt veertig wijzen nodig om hem er weer uit te halen.'

Dink was een Turk van Armeense afkomst. Een staatsburger van de republiek Turkije wordt volgens de staatsideologie van het unitair nationalisme (en dus geen etnisch nationalisme) namelijk aangeduid als Turk. En Dink was trots op zijn staatsburgerschap en net zozeer op zijn etnische afkomst. En dat was geen alledaagse combinatie.

Want hoewel de Armeniërs en de Turken al duizend jaar op dezelfde grond leven, is de onderlinge verhouding niet anders dan als vijandig te karakteriseren sinds de gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ik wil hier niet de zoveelste zijn die verdwaald raakt in de zinloze discussie of er nou wel of niet sprake was van een van tevoren geplande volkerenmoord. The bottom line is dat er vele honderdduizenden Armeniërs omkwamen, in wat nu de Armeense Kwestie heet. (Overigens verloren veel meer Turken het leven in de hele Eerste Wereldoorlog: zo'n 2,5 miljoen volgens Zürcher)

Het is voor de Armeniërs (en dan vooral de niet meer in Turkije woonachtige onder hen: de diaspora) onverteerbaar dat de Turken die gebeurtenissen niet als een volkerenmoord willen erkennen. De verhalen over de grootscheepse deportaties en massaslachtingen zijn in het collectieve geheugen van de Armeniërs geprent. Het is voor de Turken daarentegen onverteerbaar dat die gebeurtenissen zwart-wit worden weergegeven, waarbij de gehele schuld bij de Turken wordt gelegd en de gewelddadigheden gepleegd door Armeniërs onvermeld blijven. Want bijna elke Turk (vooral diegenen die stammen uit Oost-Anatolië) heeft weer van zijn grootouders verhalen over Armeense bendes gehoord die moordden (vaak samen met de Russen) onder de Turkse en Koerdische bevolking. Een middenweg lijkt onmogelijk.

Maar Hrant Dink bewandelde die middenweg. Hij was van mening dat er sprake was geweest van een doelgerichte genocide jegens de Armeense Ottomanen, en hij sprak en schreef er openlijk over, al verbiedt de Turkse wet dit. Anderzijds verweet hij de Armeense diaspora wraakzuchtig te zijn en de rol van de Armeniërs in de geschiedenis te verdonkeremanen. Hij vroeg de Turken begrip op te brengen voor de Armeense gevoelens en de Armeniërs begrip op te brengen voor de Turkse. Hij sprak het Europese Parlement toe en noemde de leden hypocriet, omdat ze het Armeense leed misbruikten voor hun politieke doelen. Hij vond de eis dat Turkije de genocide zou moeten erkennen onzinnig en onwaarachtig, aangezien diezelfde machten die nu erkenning eisten voor een slachting die ze zelf mede hadden veroorzaakt door de Armeniërs op te hitsen tegen de Ottomanen. Eén van die hypocriete machten, Frankrijk, nam onlangs een wet aan die het verbiedt de genocide te ontkennen. Hierop beloofde Dink naar Frankrijk te reizen en de eerste te worden die deze krankzinnige wet zou schenden.

Wat hij voor dit alles verdiende was respect. Wat hij kreeg waren drie kogels in het achterhoofd. En onmiddellijk omarmde de diaspora de voorheen door haar uitgekotste dissident en riep Turkije maar weer eens op 'de genocide te erkennen'. En onmiddellijk stroomden weldenkende Turken de straat op om hem te gedenken, daar waar ze hem toen hij leefde in de steek lieten.

Zoals Goethe al zei: wanneer je iets goeds doet voor de wereld, dan zorgt de wereld er wel voor dat je het nooit weer zult doen.