
Recalcitrant is my middle name. Ik vind het erg leuk om af en toe sommige mensen, mensen die het wel verdienen, de prik van de cactus te geven. Even laten voelen wat ze anderen laten voelen. Veel figuren die anderen graag confronteren, blijken namelijk minder begaafd in het accepteren. Ik ben er zelf ook zo één, dus ik ken ook de helende kracht van de corrigerende prik. Nu kun je dat op z'n pubers doen, alleen voor de kick, maar je kunt ook stingen met een constructieve bijbedoeling. Voorbeeldje.
Mail 3: antwoord Birol Blogger
Geachte heer XXXXXX,
Ik vraag u naar de wijze waarop Zia Ul-Haq (foto, BB) aan de macht gekomen is omdat dat relevant is voor een goed inzicht in de problematiek van vandaag de dag. Dat u dat ook relevant vindt, blijkt uit uw analyse van wat essentieel is aan Udink’s verslag: hoe is de opkomst van de politieke islam te verklaren? Daarvoor dienen we een blik in de geschiedenis te werpen. De geschiedenis herhaalt zich niet, maar biedt wel inzicht in het heden en de toekomst, om maar eens een kalenderwijsheid te debiteren.
Het Green Belt-project was een onderdeel van de Brzezinski(-Wohlstetter)-doctrine, die de VS in de jaren ’70 hadden ontwikkeld om het communistische gevaar in West-Azië in te dammen. Afghanistan was al verworden tot een satellietstaat van de Sovjet Unie, in Turkije was er een steeds sterker wordende revolutionaire linkse beweging, net als in Iran, en ook Pakistan leek geen rotsvaste partner. Deze betrekkelijk jonge staten bleken namelijk nog niet stabiel genoeg om een einde te kunnen maken aan corruptie en sociaal-economische onrechtvaardigheid, noch bleken zij in staat op een waardige manier met oppositie en kritiek om te gaan. Een Turks gezegde luidt: wie verdrinkt, zal zich zelfs aan een slang vast proberen te houden. De voorhanden zijnde slangen waren het communisme, het nationalisme en het islamisme. De theorie van the domino principle voorspelde dat als er één van deze staat een communistische revolutie zou doormaken de buurlanden zouden volgen. De VS (of beter gezegd een onderdeel van the powers that be, vermoedelijk Pentagon en CIA, met de financiële steun van Saudi-Arabië) besloten vervolgens de sluimerende islamistische bewegingen als tegengif tegen het communisme in te zetten. Daarvoor werd het aloude middel van militaire coups gebruikt: Zia Ul-Haq werd in Pakistan aan de macht geholpen, Kenan Evren in Turkije. In Iran werd onder andere Khomeini gesteund, maar hij keerde zich tegen de VS (en vervolgens tegen zijn linkse coalitiegenoten).
Generaal Kenan Evren greep de macht in Turkije op 12 september 1980 met een coup die technisch gezien een kopie was van die van Pinochet. Die was overigens weer geoefend in Turkije in 1970, maar dat terzijde. Evren maakte een einde aan een toestand van anarchie en bijna-burgeroorlog tussen extreem-linkse en extreem-rechtse bewegingen, en kon daarom op enige steun rekenen van het volk. Onderhuids speelden er echter ook etnisch-culturele en religieus-culturele factoren mee. De linkse bewegingen bestonden voornamelijk uit Alevitische Turken en Koerden, de rechtse uit soennitische. Evren beloofde beide strijdende partijen even hard aan te pakken, maar al gauw bleek dat de coup tegen links was gepleegd. Bij wijze van window dressing werden nog enkele rechts-nationalisten opgepakt, maar de religieuze fanatici (tot dan toe een marginale beweging) bleven vrijwel geheel buiten schot. Al snel bleek Evren’s coup op een essentieel punt te verschillen van eerdere ingrepen van het Turkse leger: Evren liet de streng seculiere teugels vieren en benadrukte de soennitisch-islamitische wortels van de Turkse natie. De Alevitische wortels, alsmede de Koerdische, werden onder de tafel geveegd. Voor het eerst sinds tientallen jaren werd de godsdienstles weer verplicht, waarin een door de staat goedgekeurde versie van de soennitische islam werd gepropageerd en het bestaan van het Alevitisme zelfs werd ontkend. Het gaat overigens nu in Turkije opnieuw niet de goede kant op (paradoxaal genoeg mede onder invloed van de hervormingen die de EU van het land eist).
De geschiedenis is hiermee niet in zijn geheel verteld, maar dat hoeft ook niet. Ik probeer duidelijk te maken dat volgens mij een deel van het wantrouwen van wat gematigde moslims worden genoemd jegens ‘het rijke, overheersende arrogante Westen’ begrijpelijk, of zelfs gerechtvaardigd is. De slang avn de politiek islam, de vijand van de gematigden en progressieven, is gevoed in een poging om de wereld naar eigen goeddunken te vormen. Cynische machtspolitiek. En dan is het een weinig frustrerend als vervolgens het falen en de terugslag van die arrogante tactiek wordt geweten aan de inferioriteit van de culturen en zelfs de mensen uit de aan die tactiek onderworpen landen.
In dat licht en terugkerend naar de Nederlandse situatie: zou het nou slimmer zijn om mensen zoals ikzelf, een atheïst en progressief (ook naar Westerse maatstaven), aan je te binden of juist te antagoniseren? Stel for argument’s sake nou eens dat ik gewoon een beetje dom ben en de goede bedoelingen van de mensen die mij willen proberen te helpen Verlicht te worden, mensen als Paul Scheffer, niet inzie. Zou het zelfs dán niet slimmer zijn om mij niet af te stoten met allerlei categorische uitspraken en theorieën waaruit de intrinsieke inferioriteit van mijn identiteit moet blijken? Voor alle duidelijkheid: wij zijn het eens over de onwenselijkheid van de politieke islam. Mijn persoonlijke geschiedenis, de geschiedenis van mijn familie en van mijn hele volk heeft in het teken gestaan van de strijd tegen de orthodoxe islam. Hoe kan het dan dat ik in hetzelfde hok zit als de salafisten? Voor nog meer duidelijkheid: het gaat niet om mij persoonlijk, maar om een substantieel deel van de Turkse gemeenschap. Ik geloof dat deze vragen relevant zijn.
Met hartelijke groet,
Birol Blogger.