zaterdag, mei 27, 2006

Let the Sunshine...


Nederland is een heel vermoeiend land geworden. Of misschien was het dat al, maar zie ik dat nu pas in. Ik denk namelijk dat de wereld ook een heel vermoeiende plaats is. Maar misschien was het dat al en ben ik nu zo intelligent dat ik dat inzie. Of is dat arrogant om van jezelf te zeggen? Daarmee komen we op één van de meeste vermoeiende trekken van Nederland: het onvermogen om het verschil te duiden tussen subjectief en objectief, tussen feit en mening, tussen vorm en inhoud, kortom tussen essentie en ballast.

Waar doel ik op? Ik heb mij de laatste tijd maar eens niet uitgelaten over de kwestie Hirsi Ali, aangezien iedereen die mijn blog leest wel weet hoe ik over mevrouw en haar standpunten denk. Daar is niets aan veranderd, al vond ik de manier waarop haar partijgenote, over wie ik zoals u weet ook een mening heb, haar meende te moeten behandelen schandelijk. Maar de commentaren van allerlei zogenaamde columnisten, de zelfbenoemde intellectuele voorhoede, vermoeide mij weer zozeer dat ik in axie moet komen. How’s that for a paradox?

Want wat zegt de kwestie over ons land volgens types als H.J. Schoo (de Volkskrant) of Corine Vloet (NRC Handelsblad)? Het zegt volgens hen dat Nederland niemand kan velen ‘die boven het maaiveld uitsteekt’. (Deze bijdrage zou zoals u merkt zonder problemen kunnen worden gecategoriseerd onder de noemer ‘Het Papegaaiencircus’) De kwestie zou volgens hen en vele andere leden van de fanclub duidelijk maken dat Nederland geen discussie of debat wil en dat Hirsi Ali daarom uitgekotst wordt. De publieke opinie zou Hirsi Ali niet lusten omdat zij een onwelkome boodschap zou uitdragen en omdat zij een confronterende toon zou aanslaan. Het verbaast de leden van de fanclub hierbij zeer dat de progressieven van Nederland zich niet achter Hirsi Ali hebben geschaard ‘aangezien’ zij de emancipatie van bepaalde vrouwen zou nastreven en dat toch een progressief ideaal zou zijn!

Het is de vraag of ik nou zo slim ben, of zij zo dom, om maar eens een contemporaine filosoof te parafraseren. Want wie neemt mevrouw Hirsi Ali nou serieus? Uw blogger die haar beoordeelt op wat zij zegt en uitdraagt, dus op haar merites, of haar fanclub, die haar beoordeelt op basis van haar imago en op basis van wat zij zegt wat zij doet? Wie is er nou oppervlakkig? Diegenen die duidelijk beargumenteren wat er volgens hen schort aan de ideeën van Hirsi Ali, of degenen die de critici mangelen omdat zij de confrontratie niet aan zouden durven? Wie heeft er nou een bord voor zijn kop? Diegenen die op basis van feiten vaststellen dat ook de methode die Hirsi Ali hanteert contraproductief blijkt, of degenen die uit (pseudo-)progressiviteit een politica steunen die Bevolkingspolitiek propageert?

En als ik nou zeg dat ik vermoedelijk wat beter kan denken omdat ik nu eenmaal een stuk intelligenter ben, is dat dan arrogant als ik een IQ kan overleggen van 154 (WAIS)? Ik sta mezelf er niet op voor hoor, want als differentieel psycholoog weet ik dat dat cijfer geen fluit te betekenen heeft. Maar de publieke opinie kraait victorie als uit één of ander flutonderzoek van één of andere flutonderzoeker (de niet bepaald hoog aangeschreven Richard Lynn) blijkt dat Nederlanders intelligenter zijn dan Belgen. Dan zou je zeggen dat mijn mening toch wat gewicht in de schaal zou moeten leggen. En wat te zeggen dan van de mening van de nieuwe collega van Hirsi Ali bij het allerminst progressieve American Enterprise Institute, de heer Charles Murray? Murray schreef samen met Herrnstein in The Bell Curve dat de (relatieve) armoede waarin Afro-Amerikanen verkeren te wijten is aan hun lagere intelligentie. Die intelligentie zou volgens Hirsi Ali’s nieuwe strijdmakker vrijwel geheel erfelijk zijn, waardoor achterstandenbeleid en uitkeringen respectievelijk nutteloos en contraproductief zouden zijn. En dan vraagt Corine Vloet mij nog waarom een (echte) progressief als ik niet achter de Heilige Ayaan sta. Ben ik nou zo intelligent, of heeft zij haar hoofd ergens waar de zon niet schijnt? Laat ik nou denken dat ik die credits niet voor mezelf kan opeisen…

woensdag, mei 24, 2006

Koning Voetbal, Keizer Migraine


Die gekke Sun Tzu toch! Maar in ieder geval: ik ben een zelfstandig opererend persoon, moet u weten. Dit alles in de zin van: ik ben eigen baas. Dat betekent vanzelfsprekend niet dat je geen verantwoording schuldig bent aan je opdrachtgevers. Combineer dit met mijn onvermogen om op volle kracht te werken zonder stokken achter deuren en stel u voor wat er in Huize Blogger plaatsvindt in tijden van naderende deadlines.

Daar komt behoorlijk wat koppijn bij kijken, kan ik vertellen. Maar goed, daarmee hebben we leren leven. Alleen stel je nou ook nog eens voor dat daar nog meer deadlines bij komen: een nieuw huis waarin voor de vloer gelegd kan worden al het verfwerk gedaan moet zijn, een ongeboren wormpje wiens nestje klaargemaakt moet worden en ietsje minder belangrijk, maar toch, een WK voetbal.

Resultaat: een migraineaanval van zes dagen nu al. En dat terwijl de oefenwedstrijden al begonnen zijn, de deadline gevaarlijk dichtbij komt en ik de vrucht van mijn lendenen vandaag heb zien ronddartelen in zijn koninkrijk. U vergeeft mij dan vast mijn improductiviteit hier.

Binnenkort: echografische foto's van de yet to be born future Nobel Prize winner!

vrijdag, mei 12, 2006

Luchtigheid kent geen tijd

Sun Tzu zegt: de beste manier om een oorlog te winnen, is langs de rivier zitten en wachten totdat de lijken van je vijanden voorbij drijven. Nu kun je Sun Tzu, die een militair was, letterlijk nemen, maar ik zie dat zoals gewoonlijk anders. Je kunt zijn Kunst van het Oorlog Voeren ook opvatten als de Kunst van het Leven, en de martiale wijsheden als metaforen voor het leven beschouwen. Dan worden spreuken als de bovenstaande wat minder afstotelijk en wat meer inzichtelijk. Want, zoals het Turkse spreekwoord luidt, elke held eet zijn yogurt op zijn eigen manier, oftewel, ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. Een bijna-prehistorische Chinese generaal spreekt over hoe je een oorlog moet winnen, een post-postmoderne Turkse melancholicus over hoe de compositie van een foto eruit moet zijn. Tijd voor luchtigheid, tijd voor foto's!




maandag, mei 01, 2006

De Volkse Krant


Van tijd tot tijd klinkt er kritiek aan het adres van mensen zoals ik, 'allochtonen', die zich niet zouden mengen in het openbare debat. De waarheid ligt zoals gewoonlijk genuanceerder. Als jullie wiste hoeveel artikelen en brieven ik al naar de Volkskrant heb gezonden die allemaal werden afgewezen. Meestal met een standaardmail nog wel. Nu weet ik dat ik een bepaald van eigenliefde overlopend mannetje ben, en overschatting op de loer ligt. Misschien schrijf ik wel Scheisse en wordt het daarom afgewezen. Gelukkig zijn er ook nog andere mensen die mijn stukkies lezen en toch echt denken dat die net iets meer zijn dan Mierda. En ja, als je leest wat voor Shit er doorgaans in de Volkskrant staat, zou je toch denken dat deze Bok niet afgewezen had hoeven worden. Maar misschien was het niet zo tactisch, dan wel diplomatiek van mij om het aftreden van de hoofdredactie te eisen. ;-)
Gelukkig zijn jullie er nog en kreeg ik dit keer een aavulling op de standaardafwijzing: het lag niet aan de kwaliteit! Geniet, maar erger je met mate!



Dat de Nederlandse debatcultuur geen hoogstaande is, wisten de meesten onder ons al. En wie het nog niet wist, kan zich ervan vergewissen door een blik te werpen op het niveau van het openbare debat over de islam en de moslims. Dit debat onderscheidt zich al vanaf het begin door een ongezonde hijgerigheid, nauwelijks verholen ressentimenten en vooral een overmaat aan oppervlakkig redeneren. Maar wat de Volkskrant de afgelopen weken op dit vlak presteert, is van een dermate droevig niveau dat we wel mogen spreken van een nieuw dieptepunt. De Volkskrant-hoofdredactie verwijdert zich in haar commentaar van 22-4 jl. (Forum, 22-4-2006) expliciet van de journalistieke plichten en waardigheid ten gunste van de loopgraven in een partizanenstrijd. De negen wetenschappers die het waagden VVD-parlementariër Hirsi Ali te bekritiseren, wordt in het commentaar ‘Nederlandse kleingeestigheid van de ergste soort’ verweten. De balk in het eigen oog blijft vanzelfsprekend onopgemerkt.

De vrije pers, tijdens de ‘cartooncrisis’ terecht als één van de kernwaarden van de rechtstaat erkend en geherwaardeerd, bestaat bij de gratie van de twijfel. Wanneer een journalist niet (op een gezonde manier) twijfelt aan de woorden van een bron, of het nou een politicus is of een deskundige of informant, dan verdwijnt de behoefte om te controleren en verandert nieuws in roddel, reclame of propaganda. Wanneer een krant iets of iemand zodoende verheft boven elke vorm van twijfel, dan diskwalificeert deze zich als een bron van nieuws en verwordt tot een verbreider van dogma’s. En dit is precies wat de Volkskrant doet: “Hirsi Ali stelt een belangrijk thema aan de orde. Haar integriteit en democratisch besef zijn boven twijfel verheven. Ze is bij uitstek gekwalificeerd om over vervolging en discriminatie te spreken.” Wat maakt een persoon bij uitstek geschikt om over discriminatie te spreken: het feit dat zij dit fenomeen bij herhaling heeft ontkend? Wat maakt het democratisch besef van een persoon verheven boven twijfel: het feit dat zij oproept om mensen op basis van hun etnische afkomst bij sollicitaties te onderwerpen aan screening door de AIVD? De hier door de hoofdredactie van de Volkskrant geponeerde stelling is niet alleen uit principiële of academische gronden uiterst kwalijk, ze is ook aantoonbaar onjuist.

Op 8 april gunde de Volkskrant Hirsi Ali een hele pagina (daar waar gewone stervelingen duizend woorden krijgen) om uiteen te zetten dat wat haar betreft de volgende VVD-leider gekozen moet worden op basis van diens of liever haar vaardigheden om ‘de confrontatie’ aan te gaan. Met wie die confrontatie aangegaan moet worden, wordt verduidelijkt met een reprise van de Dolkstootlegende. Kort samengevat: aangezien je wordt geboren als moslim en vrijwel iedere moslim radicaal en anti-westers is, is er behoefte aan bevolkingspolitiek. Ook stelt de liberale icoon dat de VS en Israël geen vijanden maar bondgenoten zijn tegen de radicale islam. Voor mij persoonlijk was dit slecht geschreven, van historische fouten bulkende en bovenal demagogische pamflet een redundant blijk van het feit dat Hirsi Ali niet over het intellectuele niveau beschikt om aan dit debat deel te nemen, laat staan het te leiden. Maar zelfs als we mijn persoonlijke mening even terzijde schuiven (en dat kan aangezien ik toch maar een ‘moslim’ ben volgens de definitie van het CBS), dan zou ieder weldenkend mens moeten opvallen dat de door mij genoemde stellingen geheel in tegenstelling zijn met het liberalisme. Bevolkingspolitiek gaat niet samen met vrijheid voor het individu. En dat is geen mening, maar een feit.

Een week later (Forum, 15-4-2006) vergast de Volkskrant ons op een Forum-pagina die in zijn geheel gereserveerd is voor de aanhangers van ‘de confrontatiepolitiek’. De schrijver Oscar van de Boogaard maakt het echter nog wel het bontst. In een werkelijk absurd schrijven laat Van den Boogaard zien wat irrationele angst doet met het oordeelsvermogen. “Het idee dat aanhangers van de radicale islam en haar stille sympathisanten de overhand krijgen en onze vrijheid gaan afsnoepen is een nachtmerrie. Hirsi Ali’s waarschuwing serieus nemen, betekent: hard optreden.” Wat hij met ‘hard optreden’ bedoelt, verdoezelt Van de Boogaard (vermoedelijk uit lafhartigheid) in dehumaniserende bewoordingen, maar de strekking is duidelijk: “Is het probleem niet te groot –en plant het zich niet te snel voort? Kunnen we ons optimisme permitteren? Is er nog wel tijd voor de langzame weg van verzoening? Hirsi Ali wil nauwkeurige demografische statistieken. De bom tikt.” We begrijpen allen wat bedoeld wordt met een zichzelf voortplantend probleem. Veel dichter bij een oproep tot de ‘snelle weg’, namelijk gedwongen sterilisatie (bevolkingspolitiek klinkt vriendelijker), deportatie (repatriëring klinkt vriendelijker) en zelfs genocide (etnische zuivering klinkt vriendelijker), komt een fatsoenlijk man niet.

Zelfs als je sympathie hebt voor de missie van een politicus, zoals ikzelf ook sympathie heb voor de strijd van Hirsi Ali tegen de radicale islam, dan nog dien je deze persoon op zijn of haar merites te beoordelen. Het is bijvoorbeeld ongepast voor een liberale politica om te stellen dat de VS en Israël onze bondgenoten zijn in de strijd tegen de radicale islam en daarmee te impliceren dat dit doel alle middelen geoorloofd maakt, en we daarom op bepaalde vlakken een oogje zouden moeten dichtknijpen. Net zo goed is het ongepast van de Volkskrant om te stellen dat iemand, wie dan ook, boven twijfel verheven is. Dat impliceert niet alleen dat de oogkleppen vrijwillig worden opgezet, dat blijkt ook uit de praktijk. De hoofdredactie van de Volkskrant diskwalificeert zich met deze stellingname als een onafhankelijke bron van nieuws en nieuwsduiding en dan past slechts één actie: aftreden.

Was getekend:

Aslan Aslanoglu.