donderdag, april 28, 2005


Op een echte blog horen natuurlijk ook luchtige dingen, zoals vakantiefoto's. Welnu, afgelopen zomer vertoefden wij in het Bijbelse gebied rond Silifke en troffen daar een interessant bord aan.
Ik kan je één ding vertellen: het is echt fukking koud in de hemel.

woensdag, april 27, 2005

Filters

Je kunt het betutteling noemen, of politieke-correctheid, gedachtenpolitie, of als je wat milder bent: het filteren van nieuws. De achterliggende gedachte is daarbij in ieder geval dat niet iedereen het verstand en de wil heeft om het nieuws rationeel en objectief te duiden. Denkluiheid is makkelijker, eenvoudige correlaties, heuristieken, zogenaamde mental shortcuts, zijn aanlokkelijker. Als zwarte Amerikanen vaker met justitie in aanmerking komen, dan luidt de eenvoudige conclusie ‘Het is raciaal bepaald’, en de echte ‘Het is complexer dan dat’. De andere voorbeelden kun je zelf wel bedenken. (deze trouwens ook)

Nou, die filters zijn inmiddels weg. Alle geestelijke diarree, opgehoopt en doorgeëtterd, wordt de ether ingespoten en de spuiers treffen diverse, maar bijna alle, media aan als bereidwillige doorgevers en versterkers, gedreven door de angst om in de oude fouten te vervallen of om het economische onderspit te delven. Is dat slecht? Uiteindelijk vermoedelijk niet. Uiteindelijk, want voorlopig moeten we wel inzien dat we verleerd zijn zélf te filteren, aangezien het voor ons gedaan werd. We zijn vergeten wat de waarde is van het waardeoordeel van onoordeelkundigen, om maar eens een boze ex-columnist te citeren. Niet elke mening is evenveel waard, sterker nog, heel veel meninge zijn geen fluit waard. Oeps, wat zeg ik daar nou voor ondemocratische, elitaire dingen!? Ik zeg altijd maar zo: wanneer ik een bypass nodig heb dan ga ik naar een vaatchirurg. Wie zich door een banketbakker wil laten opereren wens ik veel succes.

Maar wat betekent dit alles? We moeten dus zelf weer leren te filteren. We moeten leren argumenten op hun waarde te schatten, èn we moeten leren de leveranciers van deze argumenten op hun waarde te schatten. Wat bedoel ik daar mee? Het is cynisch, maar helaas waar, mensen spreken zichzelf graag tegen wanneer ze daar gewin bij hebben. Ik heb de discrepantie tussen Wilders’ meerdere malen publiekelijk ten toon gespreide homofobie (vraag maar eens aan zijn vroegere partijgenoot Geert Dales) en het feit dat in een andere setting homo-emancipatie door hem als kernwaarde wordt bestempeld al vaker als voorbeeld genoemd. Andere voorbeelden zijn er legio.

De liberalisering van de media is in beginsel goed, maar dat betekent niet dat filters nu onnodig zijn. We moeten ze nu alleen zelf aanbrengen. Even langs de banketbakker gaan.

dinsdag, april 19, 2005

Feministen laten zich voor het rechts-conservatieve karretje spannen

In De Volkskrant van 18-4-2005 betoogt Nahed Selim dat ‘Links’ aan de leiband van de moslim-eer zou lopen. Waarom deze krant de noodzaak voelt dit statement te plaatsen ontgaat mij persoonlijk. Begrijp me niet verkeerd: ik roep niet op tot censuur, maar tot kieskeurigheid. Want is dit niet de zoveelste herhaling van dezelfde gebroken plaat: ‘de linkse kerk/ de vermaledijde politieke correctheid staat aan de zijde van de orthodoxe islam’? Wat voegt mevrouw Selim hier precies aan toe?

Is het statement dat de PvdA conservatief is en de VVD progressief nieuw, naast dat het evidente onzin is? Waren we al niet bekomen van de ons door een NOVA-enquete aangejaagde schrik? En belangrijker nog: hadden op al deze ‘revolutionaire’ stellingen niet al weerwoorden en nuanceringen geklonken? Waren die mevrouw Selim ontgaan, of moest zij nog een schuld inlossen jegens mevrouw Hirsi Ali zoals kwaadwillenden, waartoe ondergetekende nu ongetwijfeld ook gerekend zal worden, zouden kunnen denken?

Ik persoonlijk vind een discussie die slechts lijkt te bestaan uit een herhaling van zetten niet erg interessant. Hoe vaak kun je dezelfde argumenten bezigen, hoe vaak moet je dezelfde tegenargumenten uiten? Wanneer gaan we eens een (geestelijk) stapje verder? Wanneer beseffen we dat sommige debatten slechts ter meerdere eer en glorie van ego’s worden gevoerd? En zou mevrouw Selim nou werkelijk niet zien dat de pogingen van sommigen om de Grondwet terzijde te schuiven door met urgentie en zelfs oorlogsverklaringen te schermen toch echt als opportunisme en ‘handel in angst’ kunnen worden gezien?

Mevrouw Selim bestrijdt de stelling dat mevrouw Hirsi Ali haar doelgroep niet zou bereiken. Dat bestrijd ik dan weer. Hoeveel verder zijn we nu? NOVA heeft gepeild dat een meerderheid van de moslims de sharia zou willen invoeren in Nederland. Ik lach eerst eens flink en bestrijd dat ook nog maar eens. Wat is een moslim ook alweer? Gebruiken we de definitie van het CBS, namelijk ‘iedereen die uit een land stamt met een islamitische achtergrond is een moslim’? Accepteren we daarmee dat gelovigen, ongelovigen, soennieten, alevieten, ahmadiyya, orthodoxen, heterodoxen, als ze maar uit Turkije, Marokko of één van die andere enge landen komen op een hoopje gegooid worden, een hoopje van één miljoen? Of nemen we de definitie die Hirsi Ali en Cliteur van de ‘ware moslims’ hadden gegeven, namelijk ‘dat je een ware moslim bent als je de koran letterlijk neemt’, niet geheel toevallig ook de definitie van de moslimfundamentalisten? In de praktijk gebruiken we die twee het liefst door elkaar: we doen alsof er één miljoen mensen zijn die de koran letterlijk nemen en dus hun vrouwen onderdrukken en homo’s van hoge gebouwen gooien. Waarom citeren we geen SCP- of CBS-rapporten, of wetenschappelijke onderzoeken, zoals die van Sunier, Rath, Shadid, Van Koningsveld, enz. maar NOVA-enquetes? Toch niet omdat die wetenschappelijk gefundeerde onderzoeken een heel ander, genuanceerder beeld laten zien? Netwerk-enquetes zijn ook aanraders: wat te denken van de vraag ‘Zou u bereid zijn om geweld te gebruiken voor uw geloof?’ met bijbehorend hoog percentage, terwijl de werkelijk aan de respondenten gestelde vraag was ‘Zou u bereid zijn geweld te gebruiken als uw geloof verboden zou worden?’ Wie waren de respondenten van de NOVA-enquete? De CBS-moslims of de ‘ware’ moslims? Ziedaar de urgentie!

Ik ben er inmiddels zat van om uit te moeten leggen dat het niet progressief is om op te roepen alle moslims bij sollicitaties door de AIVD te laten screenen ‘om discriminatie tegen te gaan’. Ik kan mij inmiddels niet meer voorstellen dat iemand daadwerkelijk kan geloven dat het progressief is om te zoeken naar intrinsieke verschillen door te wijzen op het democratisch gehalte van regio’s, alsof je die zou kunnen isoleren van tijd en ruimte, geschiedenis en externe invloeden. Ik weiger inmiddels te geloven dat iemand nog niet begrepen kan hebben dat de beste ‘recruteurs voor de jihad’ degenen zijn die die jihad zeggen te bestrijden. Ik word er inmiddels bijzonder moe van om telkens weer te moeten verduidelijken dat de hele discussie omtrent vorm en personen, provocatie of niet, respect of niet, de hele elaboratie om wat uiteindelijk een niet-falsificeerbare en dús niet serieus betwistbare stelling is, te weten ‘Er bestaat een almachtig opperwezen’, dat al dit de werkelijke emancipatie van de zogenaamd in bescherming genomen groepen al jaren juist in de weg staat. Ik kan me inmiddels niet meer voorstellen dat een werkelijke progressief, iemand die het onderdrukte individu, de onderdrukte vrouw daadwerkelijk een warm hart toedraagt, de vertroebelende gradiënt van het rechts-conservatieve opportunisme niet ziet. Het voordeel van de twijfel has expired.

Ik ben een echte (of moet ik zeggen ‘ware’) progressief en daarmee een verklaard tegenstander van reactionair gedachtengoed van elke soort, en daarmee een verklaard tegenstander van de politieke en orthodoxe islam. Ik geloof dat de beoordeling en de eventuele veroordeling van mensen moet berusten op hun daden. Daarbij ben ik overigens bereid geuite ideeën ook als daden te zien. Wie beweert dat mensen op basis van bijvoorbeeld hun sexuele geaardheid of hun ras als inferieur moeten worden beschouwd kan noch op mijn goedkeuring, noch mijn sympathie rekenen. Niet als daden te kenmerken zijn echter iemand’s etnische, culturele of religieuze achtergrond, noch zijn dat vrijbrieven voor (in Nederland) onacceptabel of zelfs onwettelijk gedrag. De oproep van mevrouw Selim, namelijk dat alle weldenkende mensen de handen ineen zouden moeten slaan om de gelijkberechtiging van mannen en vrouwen overal ter wereld te bewerkstelligen, onderschrijf ik van harte. Maar ik vraag haar, en die andere weldenkende mensen, zich niet voor het karretje te laten spannen van rechts-conservatieven die het vraagstuk van de orthodoxe islam en meer in het bijzonder de positie van de vrouw daarin misbruiken om intrinsiek onderscheid te kunnen maken tussen mensen uit verschillende etnische groepen. Dat noem ik nou opportunisme. En eenieder die dat niet kan zien verdient het predikaat ‘weldenkend’ niet.

zaterdag, april 16, 2005

De Geuzennaam

door Aslan Aslanoğlu


Wie nog Geschiedenis op niveau onderwezen heeft gekregen zal zich herinneren hoe de Geuzen (en ik ga echt niet uitleggen wie dat waren) aan hun naam kwamen. Eén van de edelen aan het hof van Margaretha de Parma beschreef de Hollandse rebellen met de zin 'Ce ne sont que de geux', 'Het zijn slechts bedelaars.' Deze rebellen adopteerden de naam die als een belediging bedoeld was. De geuzennaam was geboren.

Maar niet alleen op het gebied van namen zijn mensen soms geneigd de beledigingen van tegenstanders te internaliseren. Reclame werkt, propaganda ook. Zo kun je wel wetenschappelijk vaststellen dat bijvoorbeeld de wijdverbreide vooroordelen over ‘leden van het negroïde ras’ op onzin berusten, maar toch blijken niet alleen bigotten maar ook een groot deel van die leden zelf daarvan niet overtuigd te zijn, al was het maar op een onbewust niveau. Zelfhaat is één van de fases waar een ‘lid van een minderheidsgroep’ doorheen moet.

Het is dan ook daarom dat plotseling een deel van de in ieder geval geestelijk gemarginaliseerde ‘allochtone’ jeugd haar identiteit zoekt waar de tegenstanders hem verstopt zeggen te hebben. Als iedereen zegt dat ik slecht ben, én dat één of andere extremist slecht is, dan schept dat een band. Ik weet dat ik niet slecht ben, ik weet dat er over mij gelogen wordt, dus misschien liegt men ook wel over die extremist. Misschien is hij ook niet slecht. Daar heb je die band.

Maar daar stopt ook de rede. Uiteindelijk zal toch iedereen zelf moeten gaan nadenken. Ik bedoel maar: wat is er nou dommer dan een satanist die de definitie van zijn geloof, en het ‘satansbeeld’ uit de Bijbel haalt, of uit andere geschriften van de ‘tegenpartij’? Als Hirsi Ali en Cliteur beweren dat ‘de ware moslim’ de idioot is die denkt dat hij zijn Heilige Schrift letterlijk moet nemen, zou dat dan echt zo zijn? Als alle ajacieden beweren dat Feyenoord werkvoetbal moet spelen, zou dat dan zo zijn? Moeten we de Sikhs naar de essentie van het Hindoeïsme vragen? Moeten we de Chinese staat vragen waarom de Tibetanen een cultuur hebben om te preserveren? Zou de officiële Australische geschiedschrijving de beste bron over de geschiedenis van Aboriginals zijn?

In 1978 schreef Edward Said de klassieker ‘Orientalism’ en werd ervoor verguisd en geprezen, maar werd vooral misbegrepen. ‘Orientalism’ beschrijft het verwrongen beeld dat er bestaat van het Midden-Oosten, met inbegrip van de bewoners en de culturen van die regio. Helaas dachten velen dat Said bedoelde dat mensen en hun culturen alleen accuraat door henzelf beschreven en begrepen kunnen worden. Said wilde slechts duidelijk maken dat het beeld van de Oriënt was gevormd aan de hand van door imperialisme en racisme gevoede motieven. Dat zelfs de Oriënt een creatie van het Westen is, net zoals het Westen dat uiteindelijk is. Edward Said surveys the history and nature of Western attitudes towards the East, considering Orientalism as a powerful European ideological creation – a way for writers, philosophers and colonial administrators to deal with the ‘otherness’ of Eastern culture, customs and beliefs.”, (Penguin Books).

Het is dus niet gezegd dat alleen jijzelf jezelf kan beschrijven. Sterker nog: misschien heb je enige afstand nodig voor enige objectiviteit. Maar het is evenmin slim om jezelf alleen te laten beschrijven door je verklaarde tegenstanders. Vandaar dat het ‘antwoord’ op ‘Orientalism’, ‘Occidentalism’ van Margalit en Buruma ook een aanrader is. Margalit en Buruma beschrijven juist weer het vijandbeeld van Westen dat bestaat bij de tegenstanders uit het Oosten. De kanttekening die het één en ander meer dan een spiegelbeeld maakt is het feit dat dit vijandbeeld geïnspireerd en zelf geconstrueerd lijkt door de Westerse vijanden van het Westen. Hoe dan ook: bij het waarderen van beelden is het medium helaas van belang. The medium is the message, klinkt weliswaar cynisch, maar is als stelregel broodnodig als je wilt weten wat het waarheidsgehalte is van je informatie. De achtergrond van de bron van het beeld kleurt dat beeld op een zwaarwegender wijze in dan je zou wensen.

Zo las ik laatst dat sommige studenten van islamitische achtergrond weigerden een essay te schrijven over de evolutietheorie in het kader van een studie Biologie. Want, zo beweerden zij, die theorie kon onmogelijk kloppen, aangezien de Koran hem niet onderschreef. De krankzinnigheid in ultieme vorm, als je het mij vraagt. Even krankzinnig als degenen die De Da Vinci Code van Dan Brown de oorlog verklaren omdat hun geloof erdoor ondermijnd zou worden.

Hoe flinterdun is jouw persoonlijke geloof als je wetenschap niet kunt incorporeren? Zou geloof nou draaien om het idee dat regels dienen nageleefd te worden of om het basisidee, dat er Goed en Kwaad bestaat en dat het leven uiteindelijk uit dat Goede voortkomt? Zou een goede gelovige niet moeten zoeken naar hoe dat leven uit die bron is voortgekomen waarin hij gelooft, in plaats van de ogen te sluiten voor het objectief waarneembare? Wiens geloof hangen deze studenten en lectuurhaters aan: hun eigen geloof of de karikatuur ervan zoals beschreven door fundamentalisten en verklaarde tegenstanders, de verlammende vleugels?

Maar om jezelf te kunnen beschrijven, zonder dat deze of gene partij je vertelt wie je bent, moet je eerst jezelf kennen. Wat zei Hacı Bektaş-ı Veli? ‘Wat je ook zoekt, zoek in jezelf. Al dat ertoe doet zit in de mens.

dinsdag, april 12, 2005

De Dwaas

een oud verhaal van De Verhalenverteller


De oude Dwaas op de heuvel wist niet hoe lang hij al op de heuvel leefde: veertien jaar, veertig jaar, en wat maakte het uit? Ze hadden hem uit hun Stad gejaagd en nu leefde hij hier, dit was zijn thuis. In het bos, in een grot, onder de koude sterrenhemel, hij sliep waar het hem uitkwam. En als het bos hem niet genoeg te eten gaf in de winter, dan nam hij wat van de offergiften die de Stadbewoners hem brachten, want hij mocht dan wel een Dwaas zijn, hij was wel een heilige Dwaas.

Hij wist niet hoe lang het geleden was dat ze hem verjoegen, dus hij wist ook niet hoe lang hij al niet meer had gesproken, toen ze hem terug kwamen halen. Zijn 'Nee' had roestig geklonken, misschien was dat wel de reden dat ze het hadden genegeerd.

De Stadsbewoners waren er achtergekomen dat hij ten onrechte voor Dwaas was uitgemaakt en was verjaagd. Ze hadden vastgesteld dat niet hij, maar de Wijze die hem had veroordeeld de Dwaas was en hij juist de Wijze. Ze vertelden hem dat ze waren gekomen om hem om vergeving te smeken en hem mee te nemen, zodat hij zijn oude status als Stadswijze weer kon innemen.

Hij zei: ‘Nee.’
Maar ze luisterden niet.

Ze tilden hem op en zetten hem in de koets. Ze reden hem naar de Stad. De koets stopte voor de Tempel.

Hij zei: ‘Nee.’
Maar ze luisterden niet.

Zij zeiden: ‘Vergeef ons, Wijze, wij, onze ouders, wij hadden ons vergist, we waren misleid. Maar na jaren van studie en het bezinken van onze gedachten, hebben we beseft dat u de ware Wijze bent. Vergeef ons en neem uw plaats als Stadswijze weer in. We zullen naar u luisteren en u eren zoals het hoort.’

Hij zei: ‘Nee.’
Maar ze luisterden niet.

Ze brachten hem naar de tempel, ze lieten hem baden, ze kleedden hem in gewaden die zijn ambt waardig waren en ze verlieten hem. De Dwaas zei 'Nee' tegen zichzelf, trok zijn oude kleren weer aan en ontvluchtte het pand in het donker. Hij liep weer terug naar de heuvel, zo snel als zijn oude benen hem droegen. Hij ging zitten op de top en keek naar de maan en luisterde naar het bos.

En de maan en het bos zeiden: ‘Wat doe je nou, oude dwaas? Wat valt er te missen aan deze heuvel? Je hebt al die tijd geweten dat jij geen Dwaas bent maar een Wijze en nu de stedelingen het erkennen, gedraag je je als een Dwaas. Jouw plaats is de tempel, jouw taak het onderwijzen van kennis. Dus leg je dwaasheid af en ga terug naar je tempel. Vertel ze wat wijsheid is en wat het tegendeel van wijsheid is. Onderwijs de Stad en zorg ervoor dat je wijsheid voor eeuwig als zodanig erkend zal worden, want wijs dat ben je, dat weten wij. Ga weg, en laat het hun weten.’

En de Wijze wist dat ze gelijk hadden.
Hij zei: ‘Ja.’ En de maan en het bos hoorden hem.

Toen hij ’s ochtends aankwam in de Stad, was zijn vlucht al opgemerkt en alle stedelingen stonden ongerust op het plein, maar zijn terugkeer zorgde voor een grote vreugde.
De stedelingen wilden hem op de schouders nemen, maar hij zei: ‘Nee!’
En ze hoorden hem.

Hij vroeg: ‘Willen jullie dat ik de Wijze van jullie stad word?’

En de stedelingen zeiden: ‘Ja!’

Hij vroeg: ‘Zullen jullie mij altijd eren als jullie Wijze?’

En de stedelingen zeiden: ‘Ja!’

Hij vroeg: ‘Zullen jullie alles doen wat ik zeg?’

De stedelingen dachten even na en zeiden: ‘Ja!’

Hij vroeg weer: ‘Zullen jullie alles doen wat ik zeg?’

En de stedelingen zeiden: ‘Ja!’

En hij zei:

‘Verbrand de Tempel.’


donderdag, april 07, 2005

De Aanzoeksweide


Deze foto heeft de titel Aanzoeksweide gekregen. Het verhaal erachter zal een mysterie moeten blijven voor non-intimi.

Door de Fotografe

dinsdag, april 05, 2005

Het nieuwe taboe

door Aslan Aslanoğlu


In de weken voor het besluit van de EU omtrent het al dan niet beginnen van toetredingsonderhandelingen met Turkije liepen de gemoederen hoog op. Discussies ontspoorden en emoties laaiden op. In de Volkskrant verscheen er in die tijd ook een soundbite van René Cuperus, onderzoeker van de Wiardi Beckman Stichting. De modieuze ongenuanceerdheid van zijn uitspraken irriteerde mij persoonlijk zozeer dat ik mijn beklag deed bij de WBS middels een e-mail, waarin ik het verwijt uitte dat uit de denktank van de PvdA de laatste jaren wel erg vaak rechtse geluiden kwamen. Cuperus reageerde zelf en vroeg mij te beargumenteren waarom zijn standpunt rechts zou zijn. De Chinese volkswijsheid dat je nooit een brief moet schrijven als je boos bent half negerend schreef ik een lange mail, waarin ik mijn standpunt in mijn ogen redelijk succesvol staafde met argumenten.

Tot mijn verbazing antwoordde Cuperus echter dat hij de discussie met mij niet voort wenste te zetten aangezien ik had gesproken van het spelen van ‘de racistische kaart’. Let wel, ik had niet Cuperus zelf maar iemand anders ervan beschuldigd deze tactiek te bezigen. Maar dat was voor Cuperus genoeg om mij een niet-serieus discussieniveau te verwijten.

Dat verwijt is in mijn ogen onderdeel van een trend: het wijzen op racisme, of zelfs het gebruiken van de term is verworden tot een taboe. Wijzen op racisme of op het mogelijke gevolg discriminatie is een politiek correct zwaktebod in deze optiek en dient alleen om de aandacht af te leiden van ‘de werkelijkheid’. Die werkelijkheid is dan kennelijk een daadwerkelijk bestaand verschil tussen lieden van verschillende rassen. En de verfoeide politieke correctheid niets meer dan een chique vorm van censuur, de mantel der liefde.

Wat is eigenlijk racisme? Volgens de Van Dale: “het uiten van minachting, vijandigheid of haat van het ene ras jegens een ander, voortkomend uit een gevoel van meerwaarde”. Dat klinkt niet als iets wat zelden tot nooit kan voorkomen, zou ik zeggen. De meer wetenschappelijke definitie is volgens de Encyclopedia Britannica: “a belief that race is the primary determinant of human traits and capacities and that racial differences produce an inherent superiority of a particular race”. Ook dat klinkt als iets wat op elke straathoek aangetroffen kan worden, is mijn persoonlijke oordeel. En wie had ik eigenlijk beschuldigd van het spelen van die racistische kaart? Het betrof Geert Wilders, en wel vanwege zijn stelling “Turkije mag nooit toetreden tot de EU” en de argumenten die hij gebruikte om die stelling te onderbouwen.

Hoe onredelijk of onserieus was mijn aantijging aan Wilders’ adres dan? Laten we dat eens nuchter analyseren. Het sleutelwoord in de stelling “Turkije mag nooit toetreden tot de EU” is natuurlijk het woord ‘nooit’. Wat betekent ‘nooit’? Het betekent dat Turkije niet mag toetreden tot de EU van Wilders zelfs al zou het naar objectieve maatstaven voldoen aan elke redelijke eis die je zou kunnen stellen. Het betekent dat Turkije niet tot de EU zou mogen toetreden zelfs al zouden we honderd jaar verder zijn en het aangezicht van de wereld wellicht geheel gewijzigd. Zelfs als de Turkse bevolking zich als bij toverslag tot de christelijke dan wel seculiere godsdienst zou bekeren zou een toetreding van het land onacceptabel zijn voor Wilders. Zelfs als Turkije het rijkste, meest ontwikkelde land ter wereld zou zijn. Maar wat zou dan precies die verandering zijn die plaatsvindt wanneer we de Bulgaarse of Griekse grens oversteken? Wat is dan precies die voorwaarde waaraan Turkije nooit zou kunnen voldoen? En betekent dat dan impliciet dat Turken intrinsiek inferieur zijn, aangezien ze nooit (‘maar dan ook nooit!’) kunnen reiken tot het noodzakelijke niveau?

En nu we toch vragen aan het stellen zijn: hoe reëel is het om te beweren dat de discussie omtrent de toetreding van Turkije en vooral de argumenten die daarbij gebruikt worden geen invloed of toepassing hebben op de Turkse Nederlanders? Hoe zou een argument als dat de cultuur van Turkije incompatibel zou zijn met de Europese normen niet ook reflecteren op onze migranten? En wat zou dat betekenen?

We weten natuurlijk dat leken graag allerlei naïeve theorieën om niet te zeggen fabeltjes aanhangen over de determinanten van gedrag. En we weten dat allerlei opportunisten nog grager dat soort theorieën voor hun karretje spannen voor eigen gewin. Maar we leven inmiddels ook al in een land waarin iemand als Gabriël van den Brink, cultuursocioloog, wetenschapper, een individuele daad, te weten de moord van een scholier op zijn conrector, in zijn geheel wist te verklaren aan de hand van diens afkomst. Het feit dat dit individu uit een crimineel en disfunctioneel gezin kwam, een beperkt cognitief niveau had, ten tijde van de daad onder invloed van drugs en drank verkeerde en aan een wapen kon komen, speelden bij zijn ontsporing kennelijk een te verwaarlozen rol in verhouding tot het feit dat hij van Turkse afkomst (‘schaamtecultuur!’) was. Dat in de Turkse cultuur de status van een leraar bijna die van een heilige is, bleek overigens ook irrelevant voor een cultuursociologische analyse. In hoeverre spelen zulke oversimplificerende en in feite ridicule ideeën een rol bij de bovengenoemde discussie, of in het zogenaamde ‘integratiedebat’ tout court?

Als Geert Wilders ten tijde van de commotie rondom de dood van een tasjesdief roept dat raddraaiers van Marokkaanse origine naar ‘het eigen land’ moeten worden teruggestuurd, beweert hij dan niet impliciet dat het gedrag van een individu verklaard wordt door zijn etnische afkomst, al is hij of zij geboren en getogen in een ander land? Beweert Wilders wanneer hij een onoverbrugbaar verschil tussen Europese (Bulgarije) en niet-Europese landen (Turkije) constateert, niet dat culturele verschillen berusten op etnische, of laten we het anders noemen, raciale verschillen? Volgens onderzoekers als sociaal-psycholoog Van Oudenhoven is er in vrijwel elk land een kwart tot een derde van de bevolking dat er tenminste impliciet ultranationalistische en xenofobe ideeën op nahoudt. Is het dan heel erg onwaarschijnlijk dat een opportunistische politicus gebruik zou kunnen proberen te maken van die gevoelens die er bij die delen van de bevolking leven? Anders geformuleerd: is het onmogelijk dat in een land als Nederland een politicus de racistische kaart (een vrije vertaling van de beproefde Republikeinse tactiek van the race card) speelt uit electoraal winstbejag? Of is zelfs het insinueren van zulks onfatsoenlijk, onserieus, incorrect?

We leven in een tijd waarin ‘het benoemen’ van allerlei dingen als een groot goed wordt beschouwd. Dat benoemen hoeft daarbij geenszins goed beargumenteerd of zelfs rationeel en valide te zijn, zo is gebleken. Maar racisme als zodanig benoemen is kennelijk niet bon ton. Ik doe het toch: wie beweert, expliciet dan wel impliciet, dat landen, en daarmee volkeren, intrinsiek inferieur zijn of dat ras of etniciteit de belangrijkste determinant van gedrag is, doet racistische uitspraken. Dat is wat mij betreft prima, net als het aanhangen van de bijbehorende theorieën. Ik excommuniceer niemand, en claim niet het morele gelijk. Maar ik laat mij evenmin beroven van het recht om het beestje bij de naam te noemen, to call it as I see it, ook al is dat verboden in de nieuwe politieke correctheid.

zondag, april 03, 2005


Winterstudie van de Fotografe