donderdag, maart 31, 2005

De infantilisering van Nederland - Deel 2: Politiek

door Aslan Aslanoglu.

Ik heb besloten maar eens in te spelen op de actualiteit van de politiek om duidelijk te maken wat ik bedoel met infantilisering. Het zal (hoop ik) niemand ontgaan zijn dat vorige week de minister van Bestuurlijke Vernieuwing (en Koninkrijksrelaties) Thom de Graaf afgetreden is. Naar eigen zeggen omdat hij niet genoeg ruimte zag om de (in het regeerakkoord vastgelegde) doelstellingen te behalen. De coalitiepartijen negeerden die uitspraak en stortten zich op de PvdA omdat de Eerste Kamer-fractie van die partij de deconstitutionalisering (het uit de Grondwet halen) van de benoeming van burgemeesters had geblokkeerd. Wie er nog niet van overtuigd was dat de beoefening van politiek niet samengaat met zelfrespect wurde eines Besseren belehrt.

Boris Dittrich vroeg in het debat dat er volgde op die blokkade tot tweemaal toe aan Wouter Bos of hij trots was op zijn partij als overvloedig bewijs van zijn gevoel voor pathos. Premier Balkenende toonde gisteren aan hoezeer hij het democratische bestel respecteert door de Eerste Kamer-fractie van de PvdA 'fout gedrag' te verwijten. Even later slikte onze grote held die woorden natuurlijk weer in, maar inmiddels was weer eens duidelijk geworden dat meningen die tegengesteld zijn aan die van onze premier 'fout' zijn. Brinkhorst (minister van Economische Zaken, D'66) noemde Ed van Thijn 'een rat', Boris van der Ham (mp, D'66) noemde de Van Thijn's fractie 'tuig'. De gebruikte argumenten (tot in RTL Boulevard aan toe) waren van een werkelijk kinderlijk niveau; het is hunnie schuld! Het woord dat nog het meest viel om de afkeuring van de tegenstem van de PvdA te uiten was 'ongeloofwaardig'.

Hmm, ongeloofwaardig dus. Het is vaak verstandig dit soort woorden eens met een korte blik in de (recente) geschiedenis te wegen. Herinnert u zich nog de verkiezingen van 2002? Het was vlak na de moord op Fortuyn, en de LPF was met maar liefst 26 zetels de Tweede Kamer ingetrokken. Het CDA was, vermoedelijk als een baken in woelige tijden, de grootste partij geworden, ondanks de niet bepaald charismatische lijsttrekker. Een andere oorzaak van die winst was ook het feit dat die lijsttrekker, Balkenende, tijdens de campagne geen enkele kritiek had geuit op Fortuyn en diens standpunten. Achteraf werd duidelijk dat dit geen toeval was: de heren waren een niet-aanvalsverdrag overeengekomen. Paars was erger dan al het andere. Geloofwaardig?

Balkenende betrok als formateur onmiddellijk de LPF bij de formatie en was vastbesloten om met die partij te gaan regeren. Als reden noemde hij het aantal zetels, en daarmee het respecteren van de democratisch geuite Vox Populi. Een te respecteren standpunt. Dat die LPF een zootje ongeregeld bleek te zijn waarmee regeren onmogelijk was, had ieder verstandig mens je van tevoren kunnen vertellen, maar het was misschien nodig om dat experiment maar eens uit te voeren zodat iedereeen het kon zien.

Een jaar later mochten we alweer stemmen. Ook ditmaal werd het CDA de grootste partij, maar werd op de voet gevolgd door de PvdA, die met 42 zetels het dramatische verlies van de vorige verkiezingen goedmaakte. Nu bleek Balkenende echter veel minder genegen om de Vox Populi te respecteren. Er volgde een lange formatie waarin bleek dat de CDA-ers weliswaar onderhandelden maar van tevoren zeker wisten dat men niet zou regeren met de PvdA.

Hoe wisten ze dat zo zeker? Ze konden onmogelijk weer gaan regeren samen met het rapalje van de LPF. En had Thom de Graaf niet voor de verkiezingen gezegd dat D'66 Balkenende II niet mogelijk zou gaan maken? Had zijn opvolger Boris Dittrich niet hetzelfde gezegd na de verkiezingen? Zou Balkenende dan gaan regeren met de Christen Unie en de SGP, een partij die geen vrouwen in de Kamer heeft wegens principiële bezwaren?

De formatieonderhandelingen tussen CDA en PvdA mislukten natuurlijk, en even later bleken de zwabbers van D'66 natuurlijk wél bereid met Balkenende te gaan regeren. In ruil voor deze woordbreuk, of moet ik zeggen verkiezingsfraude, zouden namelijk de Kroonjuwelen binnengehaald worden: de gekozen burgemeester en de hervorming van kiesstelsel. Het D'66 congres ging akkoord, en zal, ondanks het feit dat die punten allebei niet behaald zullen worden, zaterdag weer akkoord gaan. Laten we aljeblieft niet beginnen over geloofwaardigheid.

Wat bleek namelijk? Al voor de formatieonderhandelingen tussen CDA en PvdA hadden De Graaf en Dittrich met Balkenende gesproken en waren tot een akkoord gekomen. Om in ieder geval de schijn van respect voor de kiezer op te kunnen houden werden er futiele onderhandelingen gehouden met de PvdA, waarbij het CDA het door de flexibele houding van Bos nog moeilijk kreeg om een breuk te forceren.

Dus wat denkt u dat ik vind van Boris Diitrich die beweert dat de coalitiepartijen niet bang zijn voor de verkiezingen, maar dat ze problemen willen oplossen? Wat denkt u dat ik vind van de claim dat D'66 de kloof tussen kiezer en politiek zou willen dichten? Wat denkt u dat ik vind van claim dat men de puinhopen van Paars moet opruimen terwijl twee van de drie paarse partijen regeren, terwijl het CDA de vijftig jaar daarvoor onafgebroken heeft geregeerd?

Dus wat denkt u dat ik vind van de kwalificatie 'ongeloofwaardig' uit de mond van fatsoensrakker Balkenende, of prijsvechters van de democratie De Graaf en Dittrich? Ik hou van germanismen: Zum Kotzen!

dinsdag, maart 22, 2005

De mechanismen van in- en uitsluiting

In de afgelopen jaren heeft het begrip ‘integratie’ een welhaast magische lading gekregen. De betekenis ervan kan veranderen aan de hand van wie dat begrip gebruikt, wanneer het gebruikt wordt, de reden waarom het gebruikt wordt en nog een hele rits redenen meer. Zo kan ‘integratie’ in feite ‘assimilatie’ betekenen, wanneer uitgesproken door tegenstanders van het multiculturalisme, of een lading van ‘behoud van eigen cultuur’ meekrijgen wanneer gebruikt door voorstanders van dat multiculturalisme.

Integratie betekent eigenlijk volgens Van Dale ‘het maken tot een harmonisch geheel of opnemen in een geheel’. Wat opvalt is dat de populaire frases over het niet ‘goed integreren’ van bepaalde etnische groepen niet stroken met het passivum in de definitie voor die groepen. Kort gezegd: je integreert niet, je wórdt geïntegreerd. Je kunt jezelf niet opnemen, je moet opgenomen wórden. Het lid van de etnische minderheid kan die integratie slechts faciliteren: door zich de taal van het nieuwe land eigen te maken, door kennis te nemen van normen en zeden, door zich op te leiden, en ook door zijn opname in het grote geheel niet tegen te werken. Hier tegenover moet dan staan dat men wordt opgenomen in het geheel.

Na de moord op Theo van Gogh was voor velen al snel duidelijk dat deze daad in zijn geheel verklaard kon worden door de extreem-religieuze identiteit van de dader. Zo’n verklaring is weliswaar veel te kort door de bocht, maar kan verder uitgediept worden als we ons afvragen waaróm deze dader een dergelijke identiteit heeft aangenomen. Dit naast de voorlopig onbekende, individuele factoren die hem tot zo’n daad hebben kunnen bewegen en die vermoedelijk zwaarwegender zullen zijn. De geruchten dat deze man vaker betrokken zou zijn geweest bij geweldsdelicten wijzen niet bepaald op een sociale aangepastheid of op een goede psychische gezondheid. Maar: wat drijft een in Nederland geboren en getogen individu ertoe zijn nieuwe vaderland te haten?

Zulke vragen dienen niet om een wandaad als moord te rechtvaardigen of zelfs te relativeren, maar om verklaringen te vinden. De Nederlandse samenleving heeft zich in de afgelopen jaren er erg gemakkelijk vanaf gemaakt door te wijzen naar ‘de allochtonen’ die niet zouden willen integreren. Er zijn teveel opportunisten in het gat gesprongen dat Fortuyn achterliet, te velen die destructief te werk zijn gegaan voor eigen doeleinden. Er zijn teveel allochtonen, jonge, vaak ook hoog opgeleide, vervreemd van de Nederlandse samenleving door figuren die uit (electoraal) opportunisme met hagel hebben geschoten. Dat zijn niet degenen die mensen vermoorden, maar wel degenen die er enig begrip voor kunnen opbrengen.

In de afgelopen dagen hebben de vrienden van Theo van Gogh benadrukt dat hij niets tegen islamieten had maar tegen de extremistische Islam. Dat was echter niet de boodschap die uit zijn columns sprak. In vaak zeer groffe bewoordingen benoemde Van Gogh alle moslims in Nederland en in de wereld als minderwaardige wezens, en vooral als een bedreiging. Ook Wilders zoekt naar defecten in ‘het wezen van de Islam’, in een opzichtige poging de inmiddels bijna begrijpelijke islamofobie voor zijn karretje te spannen, en in een poging zijn categorische uitspraken te rechtvaardigen.

Men heeft ofwel geen kennis genomen van, ofwel men negeert het feit dat de islam een breed geschakeerd geloof is. Als voorbeeld kan de grootse minderheidsgroep dienen, de Nederlandse Turken. Van alle Turken zou volgens het CBS zo’n 95 procent moslim zijn. Dit cijfer geeft een overschatting weer, omdat de term moslim niet alleen een religieuze, maar ook een sociale lading heeft, zoals beschreven door bijvoorbeeld Sunier of Shadid en Van Koningsberg. Van die Turkse moslims is bovendien naar schatting een derde Alevitisch. Het Alevitisme is een zeer progressieve stroming binnen de Islam, waarin bijvoorbeeld de gelijkwaardigheid van de vrouw al sinds de twaalfde eeuw (!) wordt gepredikt en beleden. Het Alevitische wereldbeeld sluit als vanzelf aan op de Verlichtingsideologie, en volgens sommige historici zou voorman Haci Bektash zelfs één van de inspiratoren van die Verlichtingsfilosofen zijn geweest. Daardoor kunnen argumenten daaromtrent onmogelijk als waterscheiding worden gebruikt. Vooral niet als we in ogenschouw nemen dat degenen die argumentatie over het al dan niet geïnternaliseerd hebben van de Verlichtingsidealen door de moslimminderheden vaak zelf een bepaald hypocriete houding ten aanzien van die idealen hanteren. Een voorbeeld: Geert Wilders gebruikt graag het argument dat conservatieve moslims de homo-emancipatie niet zouden hebben geaccepteerd als kennelijk blijk van het niet geïntegreerd zijn, maar steekt tegelijkertijd zijn bewondering voor George W. Bush, die op dat punt een zeer gelijkende opinie uitdraagt, niet onder stoelen of banken. Het heeft er alle schijn van dat Wilders’ argumenten berusten op opportunisme en hypocrisie, dat niet zozeer de homo-emancipatie hem veel kan schelen als wel dat hij elke stok aanpakt die het hem mogelijk maakt de hond te slaan.

Van de Turks-soennitische moslims heeft ook het overgrote gedeelte niets van doen met extremisme, geweld of een wens tot segregatie. De invoering van het secularisme in de Turkse republiek is door een grote meerderheid van alle Turken geïnternaliseerd, dat wil zeggen als een persoonlijke norm gewaardeerd. Zowel de alevieten als de moderne soennieten voldoen zo in grote meerderheid aan de boven beschreven voorwaarden voor integratie. Maar de tegenprestatie is achterwege gebleven.

Ter illustratie: onder hoog opgeleide allochtonen van Turkse of Marokkaanse afkomst is de werkeloosheid meer dan driemaal zo hoog als onder autochtonen van hetzelfde opleidingsniveau. Onder alle Turken en Marokkanen is de werkeloosheid driemaal hoger dan verklaard kan worden aan de hand van taalbeheersing en opleidingsgraad. Het SCP zegt dat bij het verklaren van deze cijfers men wellicht ook moet denken aan wat men discriminatie op de arbeidsmarkt kan noemen.

Bij het bestrijden van de crisis waarin wij nu terecht zijn gekomen dienen we ons bewust te zijn van de korte termijn en de lange termijn. Er is een probleem met geradicaliseerde moslims. Toen hiervoor gewaarschuwd werd door progressieve Marokkanen en Turken in de afgelopen decennia, werd hen verweten dat ze intolerant waren en de strijd uit het thuisland zouden importeren. We weten nu inmiddels beter. De ontstane situatie kan op de korte termijn alleen door middel van gerichte repressie verholpen worden. Wanneer die repressie niet gericht zal zijn, maar juist diffuus, dan zal het probleem van radicalisering alleen groeien. Voor de lange termijn dient ervoor gezorgd te worden dat het perspectief van insluiting wacht op degenen die voldoen aan de voorwaarden van de maatschappij. Er dient gedifferentiëerd te worden, allochtonen dienen als individuën behandeld te worden, zelfs door liberalen. Wanneer dit gebeurt, zal Nederland sneller dan menig pessimist ons nu voorspiegelt uit het moeras kunnen komen. In dit land zijn vele van de valkuilen uit de herkomstlanden namelijk niet aanwezig: armoede en lage opleidingsgraad zijn minder grote problemen dan in andere landen, en zijn snel te verhelpen. Wanneer echter zoals door menig opportunist weer geopperd is dezer dagen een politiek van uitsluiting wordt nagevolgd, dan krijgt misschien zelfs wijlen Van Gogh gelijk.

Door Aslan Aslanoglu.

woensdag, maart 16, 2005

Voetbalnamen 2

We hebben inzendingen ontvangen van Jimmy S. en Janniko G. Blijf sturen, dudes!

Denneboom: Lid van de pinus-familie (lat. pinus silvestris). Laat zich makkelijk versieren.

Kah: 11e letter van het alfabet.

Van Hintum: Dui. Van achteren. Ook Barg. Reetneuken

Ooijer: Barg. Outeneur.

Beckenbauer: Dui. tandarts, ook wel maker van protheses

Butt: Eng. bevriend met van hintum

Higuita: Spa./Col. banaan

Owen: Eng. bezitten (in de zak hebben), door gamers gebruikt als in : "i owned u"

Valderama: Spa./Col. fopduik, schwalbe, in België: een dramatische val

Nevland: Den. het landgoed van M. Jackson

Smeichel: Den. (uit de serie Lords of the Rings) lelijke ringmonsterdwerg

maandag, maart 14, 2005

De Horizonblik


Enkele jaren geleden maakte ik met mijn huisgenoten een reis naar Harwich, Engeland, voor een verblijf van zeker 13 minuten. Tijdens de reis werd de horizonblik uitgevonden (op het achterdek, by the way). De blik dient vergezeld te gaan met quasi- passende kapiteinscommando's zoals 'Vijf graden rechts' en 'Twee patat met schaamhaar!' Meer foto's zullen volgen. Overigens wenst La Belle Hélène zich van deze reeks te distantiëren.

woensdag, maart 09, 2005

Naamduiding: Voetballers

In vele talen hebben namen betekenis. Hieronder de betekenis van de namen van enkele voetballers. Overigens met dank aan Janniko G. Stuur ook je inzending!


Maxwell: Braz. cassettebandje

Beckham: Eng. Achterham

Huntelaar: Brab. De opgejaagde. Als in: "De huntelaar laat zich niet makkelijk vangen"

Gullit: Sur. Vrijgevig persoon. Overdrachtelijk Mannelijke prostituee. Gigolo.

Kluivert: Sur. Bestekhater, Iemand die liever met de handen eet.

Maduro: Antill. Kleiner dan normaal, miniatuur. Ook: dwerg, liliput.

Sneijder: Barg. Scherp gebruiksvoorwerp, moordwapen. Als in: De sneijder is geen maat van de juut.

Zuiverloon: Sur. Netto-loon, loon na aftrek van belastingen en premies.

Trabelsi: Tunesisch Arab. Reislustig, bereid tot het afleggen van grote afstanden.

Kuyt: Katw. Een goedkope variant van kaviaar, overdrachtelijk rijkemansspijs zonder de grote kosten.

Lampard: Eng. Een ros van weinig waarde, ook: muilezel.

Xavi: Spa./ Cat. afk. gelukkige prostituée.

Duff: Eng. Auto van Nederlands fabrikaat.

Kezman: Serv.-Kro. Goedheiligman, bebaarde kindervriend.

Eto'o
: Kam. uitroep: Ook gij?




dinsdag, maart 08, 2005

In de serie: Ingezonden Brieven

In de Groene Amsterdammer van 18-2 jl. stond de volgende ingezonden brief:

Opheffer?

In De Groene Amsterdammer van 4 februari neemt een lezer uit Nij­megen het op voor Opheffer die weer door een andere lezer beschuldigd was van het bezigen van «fascistentaal». Dat is natuur­lijk een stevige beschuldiging, maar laten we die eens op zijn merites beoordelen. Opheffer stelt in zijn column in datzelfde nummer dat intellectuelen geen goede politici zouden kunnen zijn. Dat burgemeester Cohen te veel een intellectueel zou zijn, en daarom maar slap gereageerd zou hebben op De Gebeurtenis, de Moord op Theo, die Het Nieuwe Tijdperk heeft ingeluid. Cohen zou eerst willen nadenken voor­dat hij handelt. Kennelijk wenst Opheffer politici die handelen voor zij denken: krachtdadigheid gaat voor de rede. Sorry, ik bedoel natuurlijk: Krachtdadigheid Gaat Vóór De Rede!!

Meer aanwijzingen van fas­cistentaal heb ik persoonlijk niet nodig. Helaas levert Opheffer ze wel: «En gelijkheid is nog mooi, maar gelijk aan wie en wat moet men eigenlijk zijn - en wat doe je als anderen niet meer aan ons gelijk willen zijn en ons zelfs wil­len bestrijden?» De vraag stellen is hem beantwoorden, en wel met: sommigen zijn nu eenmaal min­der gelijk dan anderen. Wie «ons»zijn, of «anderen» hoeven wij niet te vragen natuurlijk.

Ik ben nooit een fan van uw columnist geweest, die zichzelf wel fatsoenlijk schijnt te vinden, maar die sinds Het Nieuwe Tijd­perk is begonnen wel erg ostenta­tief de weg kwijt is. Zoals de Arne­rikanen zeggen: When the going gets tough, the tough get going. En Opheffer is duidelijk niet tough, sterker nog: Theodor,je blijkt in de Beschränkung maar een heel klein mannetje. En daar zullen die glimmende zwarte laarzen ook niets aan afdoen.

HERRMANN MORGENSTERN, Groningen

maandag, maart 07, 2005

Seriously serious

Ons bereiken commentaren dat deze blog totnogtoe wel erg serieus van toon is. Ontkennen is zinloos, het klopt namelijk. Reden is dat La belle Hélène tot nu weinig tijd heeft gehad om zich met de inhoud te bemoeien. Zij zal dit inhalen en zorgen voor wat nieuwe invalshoeken en minder zwarte gal. Beloofd!

Tot die tijd: een nieuw (maar oud) zwartgallig artikel van Aslan!

Het herschrijven van de geschiedenis

Enkele jaren geleden werd in de Amerikaanse film ‘U-571’ de als één van de sleutelmomenten van de Tweede Wereldoorlog beschouwde verovering van het codeerapparaat Enigma valselijk toegeschreven aan de Amerikaanse Strijdmachten. Engelse en Australische veteranen, die de werkelijke helden van het verhaal waren geweest, en historici protesteerden tegen het feit dat de geschiedenis geweld aan werd gedaan uit commerciële overwegingen. Kennelijk schatten de producenten van de film het Amerikaanse publiek als zo etnocentrisch in dat zelfs de heldhaftigheid van de toch nauw verwante Engelse en Australische wapenbroeders niet verdragen zou worden.

Ondanks de verontwaardiging staat het geval “Enigma” geenszins op zichzelf, zelfs als we het meest klassieke geval van etnocentrische geschiedvervalsing, de blonde Jezus met de blauwe ogen, niet mee zouden rekenen. In een andere militaire verfilming ‘Black Hawk Down’, worden de lotgevallen van het Amerikaanse contingent in Somalië niet alleen bijzonder subjectief weergegeven, wat nog op enige mate van begrip zou kunnen rekenen, maar wordt er ronduit gelogen over daadwerkelijk belangrijke details van het verhaal. In werkelijkheid werden de Amerikaanse troepen nadat ze in het nauw waren gedreven en er enkele doden waren gevallen, bevrijd door een toesnellende Turkse eenheid, en niet door een Amerikaanse eenheid. Kennelijk was ook hier volgens de filmmakers heldhaftigheid in oorlogstijden niet toevertrouwd aan bondgenoten. En ook bij verfilmingen van minder historisch verifiëerbare gebeurtenissen gaan filmmakers in de fout: in de film ‘Troy’ over de Trojaanse oorlog worden de Griekse hoofdpersonen gespeeld door blonde, blauwogige helden, zoals Brad Pitt.

Het is verleidelijk dit soort “dramatiseringen” lacherig af te doen als een voorbeeld van het simplisme waarmee Hollywood werkt. Films zijn geen geschiedenisboeken en realisme wordt vaak eerder als storend dan als noodzakelijk beschouwd. Werd in “Independence Day” een buitenaardse overmacht niet verslagen door het inbrengen van een computervirus? En dat in een wereld waarin Apple Mac’s en Windows-PC’s niet eens met elkaar kunnen communiceren. En zijn oorlogsfilms niet altijd al instrumenten van propaganda geweest? Dus: hoe verbazingwekkend is het dan dat in Amerikaanse films over de Vietnam-oorlog de Amerikanen achteraf toch gewonnen lijken te hebben?

Toch staat een nauwkeuriger inspectie geen andere conclusie toe dan dat dit soort incidenten hoe onschuldig ze ook mogen lijken, bij nader inzien wellicht indicaties van een minder onschuldig en minder incidenteel proces, van een trend zijn. Er lijkt een al dan niet bewuste media-propaganda-campagne te woeden teneinde de blanke mens, en liefst de blanke Amerikaan, als intrinsiek goed te etaleren. Alle heldhaftigheden worden toegeschreven aan het door Hollywood ontworpen, Noordwest-Europees aandoende, ideaalvolk, waarbij zelfs het herschrijven van de nabije geschiedenis niet geschuwd wordt. Als compromis aan de politieke correctheid mogen goed geassimileerde zwarten en latino’s opdraven voor iets minder heldhaftige, maar wel vaak bijzondere edele bijrollen, losjes gebaseerd op Rousseau. Helaas staan deze Nobele Wilden wel meestal bovenaan de lijst met ‘casualties’.

De Amerikaanse filmindustrie staat hierin overigens niet alleen. Ook de recente discussies omtrent de Europese kernwaarden en de vermeende incompatibiliteit daarmee van wat moedwillig homogeniserend de islamitische cultuur wordt genoemd, kunnen als een onderdeel van deze trend van etnocentrische herschrijving van de geschiedenis beschouwd worden. Conservatieve denkers zoals Paul Cliteur schrijven allereerst universele waarden toe aan wat de joods-christelijke Europese cultuur wordt genoemd, om vervolgens de intellectuele diefstal af te maken met een onvervalst valse vergelijking met de stroman van die zogenaamde islamitische cultuur. Dat die vergelijking de superioriteit van de Europese cultuur aantoont in dit wonderlijke denkraam lijdt geen twijfel.

Het exclusief toeschrijven van waarden als de gelijkwaardigheid van alle mensen, de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw, waarden als het recht op zelfbeschikking, waarden als individuele godsdienstvrijheid aan die eveneens moedwillig gehomogeniseerde en selectief belichte joods-christelijke Europese cultuur is een in potentie zeer gevaarlijke vorm van etnocentrisme. De islamitische denker Haci Bektash-i Veli omschreef deze zelfde waarden al in de twaalfde eeuw van onze jaartelling als die van zijn interpretatie van zijn geloof, en ongeveer honderdduizend van zijn volgelingen leven in Nederland vandaag de dag. Boeddhisme en verscheidene animistische stromingen verkondigden de gelijkwaardigheid van alle menselijke wezens al eeuwen daarvoor. En tegelijkertijd worden in zowel Christendom als Jodendom vandaag de dag nog steeds door niet te bagatelliseren grote groepen de ongelijkwaardigheid van mannen en vrouwen, of de zondigheid van homoseksuelen verkondigd.

De huidige trend om de zogenaamde waarden van de Verlichting exclusief aan de Europese cultuur toe te schrijven is dan ook niet anders te waarderen dan als een moedwillige poging om de eigen superioriteit, en daarmee de inferioriteit van wat als tegenstander gezien wordt, desnoods met leugens te staven. Om desnoods de geschiedenis te herschrijven als dat zo uitkomt. Opportunisme noemen we dat. Maar opportunisme heeft een doel: de moedwil kunnen we vaststellen, maar naar het doel kan alleen gegist worden. Mijn gok is dat de Cliteurs van deze tijd de voedingsbodem van een nieuwe inrichting van de wereld voorbereiden. Een wereld die gebaseerd is op de ongelijkwaardigheid van mensen. Erg verlicht, hoor.

La Belle Hélène

Waarom heet La Belle Hélène zo? De Encyclopaedia Britannica biedt uitkomst:

"Helen
Greek Helene, in Greek legend, the most beautiful woman of Greece and the indirect cause of the Trojan War. She was daughter of Zeus, either by Leda or by Nemesis, and sister of the Dioscuri. She was also the sister of Clytemnestra, who married Agamemnon, and wife of Menelaus, Agamemnon's younger brother. "

Vandaar...

donderdag, maart 03, 2005

Oefeningen in Metaforica

door de Verhalenverteller

Wat als het waar is dat mensen afhaken wanneer je ze te direct confronteert met hun angsten? Müssen wir sie dann schonen? Voor onze eigen bestwil, ja. Want willen wij niet ons verhaal kwijt, willen wij hen niet onze boodschap verkopen? Palahniuk noemt dat Hiding the Gun. Well, then that’s what we’ll do. Hoezeer het me op de één of andere manier toch tegen de borst stuit. Want mijn boodschap is er nou juist één die nooit verteld had hoeven te worden. Een boodschap die iedereen zelf had kunnen en moeten bedenken. Dus waaraan verdienen al die domme, luie en verzakende mensen dan mijn compassie? Nou die verdienen ze niet, mien jong, maar dat is jouw offer op het altaar van de functionaliteit. Jouw eerste pragmatische daad.

Wat moeten wij dus leren: onze drol te verpakken in een mooi shiny papiertje, genaamd metafoor. Wanneer de beoogde lezer met groot enthousiasme zijn kadootje uitpakt is de boodschap uiteindelijk op zijn plaats aangekomen, de geur dringt door, maar het is te laat: met veel enthousiasme duwen wij hem in het beoogde gezicht. En we zien de door de nabijheid vergrote schade als een douceur voor het leed van de heimelijkheid.

Hmm, lekkere metafoor overigens.

dinsdag, maart 01, 2005


Sivas, Turkije

De Fotografe maakte deze in een rijdende auto. Bij wijze van experiment werd daarbij haar zonnebril als lensfilter gebruikt. Het resultaat mag er wat mij betreft zijn. De rode auto die je ziet is de Renault Toros van Morgenstern's zusje.

De infantilisering van Nederland - Deel1: Statistiek

Door Aslan Aslanoğlu

Vanaf het moment dat de Koude Oorlog als definitief gevochten kon worden gezien werd door deze en gene benadrukt dat er behoefte zou ontstaan aan een nieuwe vijand. En ook toen al werd de Islam als een goede kandidaat gezien voor deze vacature. Dit ondanks het feit dat er sprake was geweest van een coalitie, om niet te zeggen monsterverbond, tijdens die Koude Oorlog. De aanslagen van 11 september 2001 waren wat dat betreft geen beginpunt, maar een breekpunt.

Vanaf die datum begon de paniekerige inhaalslag, vanaf dat moment werden er boeken over de Islam verkocht en vermoedelijk zelfs gelezen, vanaf dat moment was de Europeaan, en de Nederlander meer nog dan die gemiddelde Europeaan, en zij het slechts gedreven door wantrouwen, geïnteresseerd in de voormalige gastarbeiders uit Turkije en Marokko inclusief nakomelingen. Pseudo-analyses volgden. Een debat ontstak.

Dat debat heeft tot op de dag van vandaag haar emotionele lading niet verloren. De gebruikte argumentaties en gedachtengangen zijn hoogst zelden gebaseerd op ratio of zelfs feitelijkheden. Gedreven door angst en wantrouwen worden nieuwe monsterverbonden gesmeed: zonder zichtbare gêne durven conservatieven thema’s als vrouwen- en homo-emancipatie te gebruiken, jaren nadat het ertoe doet, in een wanhopige (en in mijn visie vergeefse) zoektocht naar bewijzen voor intrinsieke verschillen voor de intrinsieke inferioriteit van de Islam. En dat is nog maar één voorbeeld van het deraillerende debat.

Bij mij persoonlijk, een in Nederland geboren en getogen zoon van Turkse arbeidsmigranten, heeft dit debat tot voor kort slechts tot woede geleid. Woede over de hypocrisie van de gebruikte argumentatie, woede over de domheid en vooral het onfatsoen dat door vele deelnemers van het debat wordt geëtaleerd. In het zogenaamde Conservatieve Manifest opperde de prominente neo-conservatief Bart Jan Spruyt c.s. zonder enige schaamte dat het enige wat de arbeidsmigratie Nederland zou hebben opgeleverd een ‘virulent antisemitisme’ was. En dat in een land waarin slechts 18.000 van de 140.000 joden de oorlog overleefde. En dat in een continent waar het antisemitisme gecultiveerd en ‘geperfectioneerd’ is als nergens anders en nooit tevoren.

Maar de woede is inmiddels geweken en heeft plaatsgemaakt voor geamuseerdheid. Inmiddels kan ik niet anders dan lachen om al die onvervalste domheid die her en der wordt getoond. Lachen bijvoorbeeld om Boris Dittrich die tijdens het debat over de terrorisme-wetgeving met trillende stem citeert uit één of ander schrijfsel van de hand van Mohammed B., de moordenaar van Van Gogh. B. schetst daarin een toekomstbeeld waarin B.’s militante broeders het Binnenhof op marcheren, en waarin het parlement gebruikt zou gaan worden als sharia-rechtbank. Ik vond dat persoonlijk een infantiele fantasie, en zodoende erg grappig. Dittrich niet, hij werd daar een beetje bang van.

Het voorlopige hoogtepunt kwam echter van het meestal om zijn (mythische) no-nonsense kwaliteiten geprezen bedrijfsleven. Heineken en Bavaria kondigden aan dat ze een non-alcoholisch bier gaan introduceren voor de moslims in Nederland. Want één miljoen moslims, dat is een flinke markt! Een dijenkletser van formaat.

Welke één miljoen moslims hebben we het toch over? Laat u mij dat even uit de doeken doen: het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) brengt ons land in cijfers. Zo wordt ook in kaart gebracht hoe groot de aanhangers van de relevante religieuze groeperingen zouden zijn. Van autochtone Nederlanders wordt in kaart gebracht of ze zich atheïst, Rooms-Katholiek, Gereformeerd, Nederlands-Hervormd of van een ander gezindte noemen. Dit gebeurt door middel van enquetes, ledentallen van gelovige gemeentes enzovoorts, en het uitvergroten van die cijfers naar de gehele bevolking. In het geval van de allochtone Nederlanders is zulk onderzoek ingewikkelder, vooral door het ontbreken van een geschiedenis van onderzoek op dit gebied, maar ook door een gebrek aan expertise. Er worden aandelen geschat aan de hand van cijfers uit herkomstlanden, soms letterlijk door gebruik te maken van de statistieken uit die herkomstlanden (en met name het CIA World Factbook). Bij sommige groepen is er al wel sprake van enig onderzoek zoals het onderzoek Sociaal-economische Positie en Voorzieningengebruik van Allochtonen en Autochtonen (SPVA’98), maar daarbij is er helaas sprake van enige oppervlakkigheid.

Zo kan men eigenlijk al aan zijn klompen aanvoelen dat het op zijn minst merkwaardig is dat er voor het Christelijke geloof vele subcategorieën worden gehanteerd, en voor de Islam slechts één hoofdcategorie. Zo worden ook de vanuit Westerse optiek progressieve groepen zoals de Turkse Alevieten, waartoe ongeveer een derde van de Turks-Nederlandse bevolking behoort, in één adem genoemd met de alom afgewezen salafisten. Het zou zeker moeilijk zijn die interne diversiteit recht te doen, moet ter verdediging van het CBS gezegd worden. Maar tegelijkertijd blijkt hieruit wel dat het niet aanbrengen van een noodzakelijke nuancering, of zelfs een voorbehoud enigszins nalatig genoemd moet worden.

En daarmee is de kous nog niet af. Volgens de SPVA-gegevens noemt 97% van de Marokkanen, 95% van de Turken en 9% van de Surinamers zichzelf desgevraagd moslim. Maar deze percentages zijn niet zonder meer vergelijkbaar met die van bijvoorbeeld autochtonen die zichzelf tot een bepaalde religieuze stroming rekenen. Volgens Phalet, Lotringen en Entzinger spelen in het geval van moslims niet alleen confessionele, maar ook sociaal-culturele factoren een rol. Volgens Koningsberg is moslim-zijn vooral een sociaaljuridisch gegeven, waardoor zelfs agnosten en atheïsten van islamitische huize zich moslim kunnen noemen. Deze redenen worden ook aangedragen voor de geringe mate van ontkerkelijking onder de tweede generatie die door Sunier is gevonden. De cijfers van het CBS zullen dus eerder een over- dan een onderschatting weergeven, en in ieder geval het begrip ‘moslim’ zo feitelijk etniseren. Dat wil zeggen dat de term ‘moslim’ met deze manier van meten meer als een uitspraak over etnische afkomst dan één over religieuze overtuiging moet worden beschouwd.

Boris Dittrich hoeft dus niet direct bang te zijn voor een verovering van het Binnenhof door fundamentalistische moslims, want daarvoor zijn er gelukkig en bij lange na niet genoeg. Zelfs als echt elke Turk, Marokkaan of andere immigrant uit een ‘islamitisch land’, een praktizerende moslim zou zijn (en dan heb ik dus nog niet over fundamentalisten), en er daadwerkelijk 1.000.000 moslims in Nederland zouden wonen, zelfs dan zouden dezen een zeer kleine minderheid vormen. Vraagt u zich eens af hoe 6% van de bevolking nu 94% van de bevolking haar wil zou moeten opleggen?

En Heineken en Bavaria zou ik persoonlijk willen adviseren hun marktonderzoekers de laan uit te sturen voor hun prutswerk. Zelfs als het cijfer van één miljoen zou kloppen, denkt u dan werkelijk dat al deze mensen geen alcohol drinken? Heeft dan nog nooit iemand een Marokkaan een biertje zien drinken in het café? Is er dan nog nooit iemand in Turkije op vakantie geweest? Wekten de vele bierreclames geen twijfel, of zouden de marketeers hebben gedacht dat die gastvrije Turken dat allemaal voor die toeristen hadden georganiseerd? En wat te denken van het feit dat de nationale drank rakı (gemiddeld 40%) al sinds eeuwen ook op het conservatieve platteland rijkelijk vloeit. Progressieve Turken hadden de Heineken- en Bavaria-marketeers graag het smeuïge feit verteld dat de grootste omzet voor alcoholhoudende dranken al sinds jaar en dag in het ultra-conservatieve Konya wordt behaald.

Enfin, u begrijpt nu wel dat ik dit allemaal erg amusant vind. Toch moet ook ik aanvaarden dat er ook een minder amusante conclusie gerechtvaardigd is: (tenminste een deel van) Nederland weet helaas erg weinig van haar inwoners van islamitische huize, en slikt alles wat er over deze groep wordt verteld voor zoete koek, hoe onwaarschijnlijk en infantiel dan ook. Dat is een maar al te vruchtbare voedingsbodem voor opportunisten en kwaadwillenden. Maar ook dat wisten we al.