dinsdag, mei 31, 2005

Koortsdroom-4

Hoofdstuk 2

Ken je de film Pi: Faith in Chaos? Het was één van Aslan’s favorieten. Hij herkende wel wat van zichzelf terug in het hoofdkarakter Max Cohen, en houden we niet allemaal het meest van onszelf? Cohen was een excentrieke wiskundige die obsessief probeerde uit te zoeken wat de structuur is achter de chaos om ons heen. Tussen de migraineaanvallen door werkt hij aan een formule om te voorspellen hoe de beurskoersen op Wallstreet zullen bewegen, niet uit geldbelustheid, maar omdat de beurs het schoolvoorbeeld van irrationaliteit is. Een Turks spreekwoord luidt vrij vertaald: wie zoekt vindt zowel zijn heil als zijn onheil. Zo ook Max Cohen. Kijk zelf maar.

Aslan zocht ook naar structuur, naar verklaringen. Bij elke stap die hij zette probeerde hij te begrijpen. Hij probeerde elke stap die hij zette te begrijpen, maar vooral probeerde hij elke stap die anderen zetten ook te begrijpen. Hij gunde zichzelf geen enkel moment van verslapping, geen heuristieken, geen contradicties. Elk moment, elke stap diende consequent, consistent en overdacht te zijn. Dat legde Aslan Aslanoğlu zichzelf op, wist hij. Maar wie was dan degene die hem vroeg of hij kon vliegen?


‘Benchmark: grootste hypocriet?’

‘Veel te grote vraag. Ik kan er ex aequo zo enkele honderden noemen. Je moet de vraag specificeren.’ Aslan sprak de waarheid, hij zou er zo honderden kunnen noemen.

‘Okee,’ gaf Z. toe, ‘grootste paternalist dan?’

‘Makkelijk: Ciska Dresselhuys, en niet alleen omdat het grappig is een feministe paternalist te noemen. Mevrouw weet meestal wel beter wat goed voor anderen is, vooral voor vrouwen.’ Hij trok een vies gezicht.

‘Argumenten graag.’

‘Ciska is een onfeilbaar baken van morele superioriteit en iedereen die het niet met haar eens is, is fout,’ bleef Aslan op de oppervlakte.

‘Klinkt als Aslan, vind je niet?’ Z. porde hem graag tussen de ribben.

‘Alleen als je oppervlakkig kijkt, mijn waarde, want Aslan vindt overal en altijd hetzelfde, en alles wat Aslan vindt strookt met al het andere wat hij vindt, en alles wat Aslan vindt wordt ondersteund door eerlijke arbeid, en vooral vindt Aslan dingen voor zichzelf en niet voor anderen. Dit in tegenstelling tot mevrouw Dresselhuys, die het geen probleem vindt om een moreel oordeel uit te spreken over dingen waar ze geen weet van heeft, net zoals ze het geen probleem vindt om voor anderen te bepalen wat zij zouden moeten vinden, net zoals ze het geen probleem vindt om te doen wat ze in andere situaties en van anderen veroordeelt.’

Niet alleen Aslan hapte naar lucht na zijn idiote volzinnen. Z. werd soms, of laten we nog wat eerlijker wezen, bijna altijd erg moe van Aslan’s voorliefde voor de enumeratio en zijn afkeer van leestekens. Aslan’s taalgebruik was als een copieus maal van smaken to be acquired. Niets leek ooit makkelijk te mogen, nergens leek ooit een short cut geoorloofd.

‘Ik weet niet of het met je eens ben dat jij niets voor anderen zou vinden, maar daar hebben we het nu maar even niet over. Ik wil wel even wat voorbeelden horen voordat ik deze nominatie onderschrijf.’

‘Sowieso is een emancipatie-ideologie die de omkering van de ondergane achterstelling inhoudt weinig principieel, wat mij betreft. Verder: mevrouw tolereert geen vrouwen met hoofddoek op haar redactie. Kennelijk doet wat zo’n mevrouw schrijft er niet toe. Meer voorbeelden van oogkleppen heb ik niet nodig,’ beet Aslan giftig.

‘Dat jou zelf het dragen van een hoofddoek als symbool van geloof tegenstaat, doet bij dit oordeel kennelijk weer niet terzake.’

‘Consistentie en principialiteit, Z.’je van me. Dat ikzelf geen spruitjes lust, betekent niet dat ik basis daarvan anderen het nuttigen van deze stinkende minikolen kan verbieden, noch een voorkeur ervoor als indicator voor foutheid op andere vlakken mag beschouwen. Bij deze stelling is van belang dat die andere vlakken niet relevant zijn voor die indicatie.’

‘En het feit dat iemand kennelijk een conservatief-religieuze levensbeschouwing heeft is niet relevant voor het functioneren op een redactie van een feministisch blad?’, wierp Z. oprecht tegen.

‘Als het dragen van een hoofddoek inherent zou samengaan met een conservatief-religieuze levensbeschouwing zou ik jou gelijk geven, jou niet Ciska. Maar of ik het symbool van die fukking hoofddoek nou afkeur of niet, er zijn toch echt voorbeelden van vrouwen die hem combineren met een behoorlijk feministische overtuiging. Dat laatste zou dus als maatstaf moeten gelden.’ Minder stellig dan dit kon hij niet worden, meer twijfel mocht je niet verwachten. Zijn wrevel tegen religieuze fanatici en die tegen rechts-reactionairen hielden elkaar in perfect evenwicht.

Z. maakte van het moment gebruik.

‘En heb je vannacht nog gevlogen en voor God gespeeld?’

Aslan grijnsde bij wijze van antwoord.

zondag, mei 29, 2005

Koortsdroom-3

Hoofdstuk Eén

Zo, nu ken je Aslan Aslanoğlu, de Turk. En misschien vind je dat ik overdrijf, dat ik een beetje chargeer. Zoals Aslan zelf een paar jaar geleden nog gedacht zou hebben dat ik overdrijf, dat het allemaal wel wat genuanceerder is dan dat. Wir wurden eines Besseren belehrt, nietwaar?

‘Okee, tijd voor een benchmark: grootste verspilling?’, vroeg Z.

‘De Bond tegen Vloeken,’ wist Aslan stellig te melden, ‘Zonder twijfel. Ik bedoel maar: waarom zou je goed geld verspillen ter bestrijding van wat jij grof taalgebruik van anderen vindt? Als er een straf zou bestaan voor het bezoedelen van de naam van een god o.i.d., ik noem maar wat, de hel ofzo, dan treft die straf toch alleen degenen die werkelijk geloven in die fukking god, niet dan?’

‘Nee, het niet geloven in die “god o.i.d.”, zoals jij dat noemt, is geen vrijbrief om het geloof van anderen te disrespecteren, toch?’, speelde Z. de advocaat van de duivel.

‘Bullscheisse, amice. Als er een god o.i.d. bestaat, en hij/zij/het is de belichaming van het Goede oid, dan zal hij/zij/het het idioot vinden dat je je fukking geld verspilt aan het taalgebruik van anderen, in plaats van bijvoorbeeld de bestrijding van honger ofzo etcetera. In ieder geval zijn er Kwadere dingen dan het roepen van godslasterijke frasen, zou ik zeggen. Godverdomme!’ Aslan raakte op dreef. ‘Bovendien is er de mogelijkheid van een gevaarlijk precedent, dude. Stel ik zou mijn taalgebruik moeten aanpassen om het geloof of de ideologie o.i.d. van een ander, omdat ik anders de belijders van die units tegen het hoofd zou stoten, wat zou dan de volgende stap kunnen zijn? Mag ik dan ook niet meer zeggen dat hun god helemaal niet bestaat of dat hun ideologie poep is? En wat als ze vinden dat ik hun beledig door te ademen, wat dan, vriend?’

‘Als overdrijven een kunst is, schat, dan ben jij een groot kunstenaar,’ trachtte Z. om Aslan wat meer in evenwicht te brengen. Maar evenwicht was niet wat Aslan zocht. Hij zocht de ware betekenis van het woord ‘consequentie’.

‘Ik bezig de hyperbool gaarne, dat zie je goed. Maar niet bij wijze van kunstuiting, maar om de dingen wat duidelijker te maken. Twee lijnen die vrijwel parallel lopen, snijden elkaar toch als je ze maar ver genoeg doortrekt. Zoals Goethe al had kunnen zeggen: “In der Übertreibung zeigt sich der Meister”.’ Gelukkig vond hij het zelf wèl grappig.

Z. kende Aslan’s stokpaardjes wel. Hij wilde iets nieuws horen:

‘Leg eens uit hoe jij kan vliegen.’ En Aslan vroeg zichzelf: Kan ik vliegen?

dinsdag, mei 24, 2005

Even tussendoor

Ik ontving vandaag van de Volkskrant de volgende mail:

Geachte heer Morgenstern,

Enige tijd geleden ontvingen wij van u een bijdrage over het stuk van Hans Wansink. Uw bijdrage werd door ons gereed gemaakt voor publicatie, doch gezien het zeer grote aanbod van artikelen met een urgenter karakter bleek plaatsing niet mogelijk.

Wij hopen dat deze beslissing u er niet van zal weerhouden nog eens een bijdrage voor Forum aan te bieden.

Met vriendelijke groet,

redactie de Volkskrant/Forum.


Urgentie? Het referendum, denk ik. Hoe dan ook: ik wilde jullie mijn artikel natuurlijk niet onthouden. De volgende chunk van Koortsdroom volgt spoedig.


Is het niet jammer wanneer je een in principe goed thema zo slecht beargumenteert dat je je eigen tegenargumentatie verzorgt? Dat is geen retorische vraag, maar een vraag aan Hans Wansink. In zijn commentaar ‘De funeste bijstandscultuur’ in de Volkskrant van 17-5 jl., betoogt hij dat de cultuur rondom het Nederlandse bijstandsbeleid een averechts effect heeft. Daarin heeft hij in mijn ogen gelijk: de bijstand is meer dan een vangnet een basisuitkering voor sommige groepen die we als maatschappij eigenlijk liever weren. Maar de manier waarop Wansink deze stelling aan de man probeert te brengen is van een bedroevend oppervlakkig niveau.

Wansink stopt zoveel vooronderstellingen in zijn zinnen, dat je je wel moet afvragen of hij nou niet behept is met het voor een columnist noodzakelijke taalgevoel of dat hij stiekem wat van die vooronderstellingen als package deal wil meeverkopen. In beide gevallen maakt het zijn commentaren onverteerbaar. Een voorbeeld: “Uiteindelijk wordt het zelfrespect van de uitkeringsafhankelijke zodanig ondermijnd dat hij zichzelf als een willoos slachtoffer van de boze buitenwereld gaat zien. Hij weigert de verantwoordelijkheid te nemen voor zijn asociale, soms criminele, gewelddadige of verslaafde levenswijze.” Criminaliteit en dergelijke worden nog als een eventualiteit gezien, maar asociaal is de uitkeringsafhankelijke sowieso, volgens deze zin. En wat te denken van deze stelling: “In de onderklasse is het leven altijd ruw geweest. Maar het leven van de onderklasse in Westerse verzorgingsstaten is – juist door de mogelijkheid in leven te blijven zonder te werken – nog uitzichtlozer, harder en ontwrichtender dan in de veel armere Derde Wereld.” Zou het nou echt, Hans? Ik raad een reisje naar de favela’s in Rio de Janeiro of gelijkende plekken aan als educatieve trip.

Zo komt Wansink ook met twee simpele shortcuts tot de conclusie dat de oververtegenwoordiging van allochtonen in de bijstand hun eigen verantwoordelijkheid is. Zoals enkele weken in zijn stuk (als co-auteur) over immigratie in het algemeen vergeet Wansink de eigen ‘eigen verantwoordelijkheid’, zoals de meesten die anderen wijzen op hún verantwoordelijkheid. Want zou het niet eens tijd worden dat Nederland ook eens accepteert dat het gehele failliete fabrieken vol met gastarbeiders (bijv. de Ford-fabriek) in WAO en bijstand dumpte toen de ongeschoolde arbeidsmarkt verdween? Zou het niet eens tijd worden dat Nederland accepteerde dat het juist op ongeschooldheid had geselecteerd, dat een diploma een reden was om een anderzijds geschikte kandidaat in thuisland te laten? Dat het de ‘gastarbeiders’ als een baksteen liet vallen toen het economisch slechter ging, én dat het in economisch betere tijden naliet ze weer aan het werk te helpen?

Dat de bijstandscultuur onbedoelde en averechtse bijeffecten heeft is duidelijk. Ook is duidelijk dat het acceptabel en zelfs gewenst is dat met allerlei maatregelen ervoor wordt gezorgd dat een vangnet als de bijstand ook als zodanig wordt opgevat. Het draagvlak voor zulke maatregelen is ook inmiddels daar. Maar om dit punt nou te onderbouwen met populair-reactionaire prietpraat over ‘de aan elke misstand ter wereld schuldige jaren ’60 en ’70-cultuur’ en het verantwoordelijk zijn voor je eigen lot, zonder enig voorbehoud? Dat is een miskenning van het feit dat er toch echt machten zijn waartegen het individu zich moeilijk kan verweren. Eén van die machten is de politiek, maar daarover lezen we niets in Wansink’s commentaar, wat toch vreemd genoemd mag worden voor een ‘Haags’ commentaar. En elke vinger in de richting van een ander zonder tenminste een pink in de eigen richting is goedkoop om niet te zeggen gratuit.

zondag, mei 15, 2005

Koortsdroom - 2

Hoe stel je iemand zo kort en bondig mogelijk voor? Wat was karakteristiek voor Aslan? Wat was nou zijn essentie, wat onderscheidde hem nou van anderen? Ik zou hem kernachtig kunnen omschrijven aan de hand van een uitspraak. Volgens Aslan wantrouwde hij iedere kok die niet moddervet was “..want hoe kun je nou geloven dat iemand krankzinnig lekker kan koken en zich daaraan niet over de kop zou vreten?” En die gedachtengang kon je zo ver uitrekken als je maar wilde, volgens Aslan. Tsja. Of ik zou één van zijn ‘favoriete’ bezigheden als kenmerkend voor hem kunnen beschrijven.

Aslan Aslanoğlu was namelijk een man die de kunst van het vijanden maken tot in de puntjes beheerste. En dat wilde hij weten ook. Wanneer hij weer eens ergens een achterlijk artikel gelezen had en Chineze wijsheden negerend een boze doch elektronische brief geschreven had, wist hij dat het niet slim zou zijn deze ook daadwerkelijk te versturen. Hij wist dat hij meer zou bereiken als hij het diplomatieker zou aanpakken, hij wist zelfs dat hij dat kon, maar hij verstuurde hem altijd toch. Misschien uit een onderhuids geloof in de onveranderlijkheid van zijn vele tegenstanders, of misschien toch ook gewoon omdat hij niets wilde bereiken, maar alleen zijn woede wilde laten voelen. Er waren genoeg tenen waar je op kon gaan staan, genoeg zere schenen om tegen aan te schoppen zo bemerkte hij al doende. Er waren genoeg vijanden die er maar op wachten gemaakt te worden.

Al dit was kenmerkend voor hem. Net als zijn werkelijk ongelooflijke redeneervermogen. Aslan kon de essentie van een gedachten fileren en hem doortrekken tot aan de uiterste consequenties ervan. Hij wist alles wat relevant was. Hij was creatief en soms destructief, maar wel op een creatieve manier. Hij was een man van extremen, en wist het nog te verkopen ook. Hij was veelbelezen, kunstzinnig, open, theatraal, verlegen, liefdevol, haatdragend, slim, naïef, cynisch, kleinzerig, grootmoedig, royaal, zuinig, vergeetachtig, alert, en nog veel meer en alles tegelijk. Aslan was wat de Engelsen ‘a character’ noemen. Maar de wereld waarin hij leefde had al dit niet nodig om hem te karakteriseren of te omschrijven. Aslan’s gedrag, zijn succes, maar vooral zijn eventuele (of moet ik zeggen waarschijnlijke) ontsporing kon in zijn geheel verklaard worden door één intrinsieke eigenschap: Aslan was een Turk. Geboren en getogen in Twente, Overijssel, maar niettemin een Turk. Onvermijdelijk en onveranderlijk.

dinsdag, mei 10, 2005

Koortsdroom - 1

door Herrmann Morgenstern


Zegens en vervloekingen zijn soms moeilijk uit elkaar te houden.


Het was de oplossing van iemand die de wanhoop ervan niet inzag. Hem kennende zou ik zeggen dat dat het nog aannemelijker was dat hij het niet wenste in te zien. Het was een oplossing om van te kotsen, de oplossing van een zwakkeling. Maar misschien wel voor het eerst in zijn leven had de voor dat leven bepalende, dodelijke combinatie van bijna religieuze, maar zeker pathologische waarheidsverering en messcherpe blik het verloren van zijn wanhopige behoefte aan rust. Want het enige wat hij nog deed was zich afvragen of hij kon vliegen.

Elke keer als hij op een klok keek, elke keer als hij zichzelf eraan moest herinneren zijn betonnen schouders te laten vieren, elke keer als hij dorst had, elke keer als zijn vulcanische woede in hem opborrelde in de vorm van groengele gal, vroeg hij: Kan ik vliegen? Elke keer als hij niet wist of het woede of angst was wat door zijn borst raasde, vroeg hij het zich af. Elke keer als hij zich realiseerde dat zijn tanden molenstenen waren zonder een korreltje graan, elke keer als zijn nek het leek te begeven, elke keer als hij eraan dacht, vroeg hij het, zonder een korreltje zout. Kan ik vliegen?


maandag, mei 09, 2005

Roman

Okee, het is mooi geweest met het gesjank, we gaan wat doen! Het is tijd om te onthullen dat Aslan Aslanoglu geen bestaand persoon is en ook geen pseudoniem, Aslan is een romanfiguur. Herrmann Morgenstern schrijft over Aslan, maar Herrmann is zelf ook een romanfiguur, maar dan weer uit een andere roman. Om het één en ander nog duidelijker te maken zullen we beginnen met de roman van de hand van Herrmann waarin Aslan niet alleen figureert, maar ook nog eens een autobiografisch werk aan het schrijven is! Ken je in molochsnaam nagaan!
Vanaf voortaan op gezette tijden de chunks van Herrmann Morgenstern's existentiële roman. De eerste chunk is de volgende post. En niet dat iemand al ooit een commentaar heeft gepost op deze blog, maar: uw commentaren zullen worden gewogen en wie weet gepromoveerd tot veranderingen in het verhaal. Is misschien leuk als je je kuitbeen gebroken hebt en toch niets anders kunt dan zitten en surfen.

zaterdag, mei 07, 2005

Moe

Het is alweer een tijdje geleden dat er wat gepost was, nietwaar? Het is niet dat er geen inspiratie of spuilust was bij de medewerkers, maar het werd allemaal een beetje eentonig. Het enige wat ons bezig schijnt te houden is dat pleuris-debat over allochtonen/moslims/boetenlaanders/etc/etc. En hoewel dat een overdreven constatering zou zijn, is íe ook niet geheel van waarheid gespeend.

Het klinkt buitenstaanders misschien wat overdreven in de oren, maar wat zo'n buitenstaander zou moeten beseffen is dat door de harde woorden die sommigen uiten degenen die onderwerp van debat zijn in het kern van hun wezen worden geraakt. Allerlei figuren braken allerlei waanzin uit waaruit jouw intrinsieke inferioriteit zou blijken. En allerlei ander figuren blijken niet in staat om die waanzin als zodanig te identificeren. Dat is bedreigend, en niet alleen in een directe, fysieke vorm, maar, en dat is erger nog, ook in een diepere, metafysische. Vandaar.

Wat we eigenlijk willen zeggen: we zouden het hier eigenlijk alleen maar over het nieuwe album van de White Stripes, de trend van Palahniuk's geschriften, mooie plekken en meer van dat soort leukige dingen willen hebben. Niet alleen op het stomme weblog, maar in ons leven, zeg maar. Maar op dit moment lijkt dat ons niet gegund. Op dit moment moeten we even door met drammerig, obsessief mentaal onkruidwieden. Vandaar.